woensdag 29 april 2009

Het leven van een junior van de zonnige kant bekeken

Dat het leven van een junior in Latijns Amerika niet altijd makkelijk is daar ben ik inmiddels wel achter gekomen. Vlak voordat ik naar Honduras ging werd het me allemaal even teveel. Het feit dat ik nog steeds geen huis gevonden heb, nog nauwelijks iemand ken, Barry bijna voortdurend in Cusco zit, er niet echt haast lijkt te worden gemaakt met de procedures voor mijn contract en visum, en bovenal dat men binnen mijn organisatie door de enorme drukte weinig tijd voor me heeft en het voor mij daarom nog steeds redelijk onduidelijk is wat men van mij verwacht en hoe ik de organisatie tot hulp kan zijn……. het zat me even allemaal tot hier! De uitnodiging van ICCO om deel te nemen aan een bijeenkomst van junioren op een tropisch eiland in Honduras kwam dan ook als geroepen.

Het detail dat de bijeenkomst op een tropisch eiland zou worden gehouden was mij ook niet ontgaan en dus besloot ik samen met 3 anderen al wat eerder af te reizen naar ons hotel, met de tot de verbeelding sprekende naam "Fantasy Island". And fantasy it was! Samen met Dirkje, Ester en Marleen genoot ik bijna drie dagen lang van de zon, de zee, het strand en het lekkere eten. Het was heerlijk om even helemaal niks te hoeven na die hectische en verwarrende eerste weken! We vulden de dagen met zonnen, slapen, lezen, kletsen, zwemmen snorkelen en schelpjes zoeken. En met eten en drinken natuurlijk, want tja all-inclusive, dus gratis.

Het was dan ook even omschakelen toen op maandagmiddag Johanna en Marieke, de facilitator van de meeting, arriveerden en we echt moesten beginnen. Gelukkig begonnen we vrij informeel met een kennismakingsspel op het strand. Johanna kende ik al van de voorbereidingscursussen en Dirkje, Ester en Marleen had ik tijdens het drie dagen relaxen al iets beter leren kennen, maar toch is het altijd leuk zo'n spel te doen. En voor ik het wist zat ik helemaal in de meeting!

In de daaropvolgende drie dagen werd het echt duidelijk dat het om een werkreisje ging. Want wat hebben we gewerkt! Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat hebben we vergaderd. Gelukkig gaat dat hier heel anders dan in Nederland. Veel interactiever en creatiever zoals op de foto hieronder wel te zien is. Zware dagen, maar wel super belangrijk, interessant en gezellig!

Een van de doelen van de meeting was het uitwisselen van ervaringen. Ondanks dat we allemaal in andere landen wonen en we werken aan verschillende thema's hebben we toch vaak te maken met dezelfde frustraties en moeilijkheden. Hoe ga je om met hoge verwachtingen? Wat als er binnen je organisatie nauwelijks met elkaar wordt gecommuniceerd? Hoe ga je om met veiligheidsissues? Hoe geef je je grenzen aan? Wat als men aan je vraagt of je geld wilt lenen? Hoe win je het vertrouwen van je collega's? Welke factoren kunnen je uitzending in positieve en welke in negatieve zin beïnvloeden?

Voor mij als 'beginner' was het ontzettend interessant. Ook wel confronterend zo nu en dan. Bij het horen van de verhalen van de meer ervaren junioren dacht ik regelmatig "staat mij dat ook nog te wachten?" en ook kwam ik soms tot het inzicht dat ik bepaalde dingen misschien beter anders had kunnen aanpakken. Maar goed, dat was precies de bedoeling van de meeting: leren van de ervaringen van anderen. Dus wat mij betreft heeft de meeting zijn doel zeker bereikt!

Na drie dagen vergaderen en nog heel even genieten van het strand was het tijd voor de terugreis. In mijn geval een hele lange terugreis. Na een taxirit, een boottocht, een busreis, een overnachting en een zeer vroege vlucht kwam ik aan in Panama. Omdat ik daar bijna 8 uur moest wachten besloot ik het vliegveld af te gaan en Panama city te verkennen. De taxichauffeur die me naar het centrum zou brengen stelde voor een tour te doen en dat vond ik eigenlijk wel een goed idee. In ongeveer 5 uur tijd liet ik me naar de ruïnes van oud Panama brengen, naar Casco Antiguo (koloniaal Panama) en natuurlijk naar het wereldberoemde Panama kanaal! Een onverwachte, maar super leuke dag. 's Avonds weer doorgevlogen naar Lima, vervolgens daar overnacht om de volgende ochtend terug naar mijn geliefde Cusco te vliegen.

Een lange reis dus, maar zeker de moeite waard. Het heeft me een hoop nieuwe energie en nieuwe inzichten opgeleverd. En natuurlijk nieuwe vriendschappen!

Tijdens de meeting heeft ieder van ons een blogbericht geschreven. Voor de geïnteresseerden zijn alle vijf de weblogs hier te lezen.

woensdag 8 april 2009

Fujimori veroordeeld

Onderstaand bericht is geschreven door Suzanne Kruyt. Net als mij is zij uitgezonden naar Peru. Ze werkt voor een organisatie in Cusco die opkomt voor de campesinos: de arme inheemse bevolking van de Andes, quechua sprekend en van oorsprong afkomstig van het platteland (hoewel velen nu ook in de stad wonen). Thema's als democratisering, discriminatie en de politieke situatie in Peru spelen een grote rol in haar werk, vandaar deze bijdrage van haar.

Een historisch en voor Peru ongewoon smetteloos proces heeft zijn hoogtepunt bereikt. Oud president van Peru, Alberto Fujimori is veroordeeld voor zijn aandeel in de misdaden die de paramilitaire groep Colina begin jaren '90 aanrichtte. Hoewel dit slechts het topje van de ijsberg is van de vele misdaden waar Fujimori verantwoordelijk voor is, bleek het genoeg voor een veroordeling tot 25 jaar. Echter, met deze uitspraak is de strijd om gerechtigheid nog niet helemaal afgesloten.

Het proces

Het proces tegen Fujimori begon op 10 december 2007 en heeft 160 zittingen nodig gehad om tot een oordeel te komen. 84 getuigen zijn opgeroepen om hun versie van de gebeurtenissen te laten horen.

De grote vraag van de zaak was welke verantwoordelijkheid Fujimori heeft gehad in de misdaden gepleegd door de paramilitaire groep Colina. Deze groep richtte onder andere twee bloedbaden aan in Lima (bekend onder de naam La Cantuta en Barrios Altos), waarbij verschillende onschuldige burgers, waaronder kinderen, vermoord werden. De directe daders van deze misdaden waren al eerder veroordeeld door de rechter, de vraag is nu welke rol Fujimori hierin had. Tijdens zijn regering ging de ex-president er altijd prat op dat hij alle touwtjes in handen had in de strijd tegen het terrorisme en er niets aan hem voorbij ging. In een poging om alle macht naar zich toe te trekken, pleegde hij in 1992 een autocoup, en hief het congres op. Verschillende getuigenverklaringen bevestigen dit beeld van een president die alles onder controle had. Zo verklaarden verschillende leden van de groep Colina dat zij altijd voor hun operaties te horen kregen dat ze 'groen licht hadden van de Chino', waarmee gedoeld werd op Fujimori. Ook andere oudleden van de inlichtingendienst verklaarden in de rechtbank dat Fujimori wel degelijk afwist van het bestaan van Grupo Colina en hun acties goedkeurde. Samen met zijn beruchte (en al eerder berechtte) adviseur Vladimiro Montesinos had de president de absolute macht over alle beslissingen die genomen werden met betrekking tot binnenlandse veiligheid.

Het was dan ook weinig geloofwaardig dat zijn advocaat Nagazaki tijdens het proces Fujimori probeerde af te schilderen als een onschuldige, naieve president die niet wist wat zijn medewerkers uitvoerden.

De uitspraak
En nu is deze ex-president Alberto Fujimori tot 25 jaar gevangenisstraf en een aantal flinke schadevergoedingen veroordeeld voor: moord met voorbedachte rade op de 25 slachtoffers van la Cantuta en Barrios Altos en zware mishandeling van de 4 overlevenden. De rechtbank heeft deze misdaden gekwalificeerd als misdaden tegen de mensheid. Daarbij is hij veroordeeld voor de ontvoering en mishandeling van de journalist Gustavo Gorriti en de ondernemer Samuel Dyer.

Een van de woordvoerders van de nabestaanden, Gisela Ortiz, heeft aangegeven tevreden te zijn met deze uitspraak. Na een 17 jaar lange strijd, waarvan de eerste jaren het moeilijkste waren omdat Fujimori toen nog aan de macht was, hebben deze moeders, vaders, echtgenoten en kinderen, nu de gerechtigheid die ze zochten. Voor hen is het een belangrijke overwinning dat in de uitspraak expliciet erkend wordt dat hun familieleden geen enkele relatie hadden met de terroristische guerilla beweging Lichtend Pad, zoals destijds beweerd werd door de regering. Hun onschuld is nu voorgoed bewezen.

Ook het nationale mensenrechtenplatform Coordinadora Nacional de Derechos Humanos, waarvan onder andere de advocaten die de slachtoffers vertegenwoordigden in het proces deel uitmaken, heeft aangegeven dit een rechtvaardige uitspraak te vinden.

Politieke belangen

Maar met deze uitspraak is er nog geen eind gekomen aan de lange strijd voor gerechtigheid van de nabestaanden van Cantuta en Barrios Altos. Ten eerste zal de verdediging van Fujimori zeker in hoger beroep gaan. De vraag is of het Hoger Gerechtshof dezelfde transparante en onpartijdige houding zal aannemen als de rechters die nu de uitspraak hebben gedaan. De huidige president Alan García en zijn partij de APRA hebben tegenstrijdige belangen. Ook Alan García was president tijdens de strijd tegen het terrorisme van Lichtend Pad (1980-2000) en ook tijdens zijn bewind opereerde er een paramilitair doodseskader, genaamd Rodrigo Franco. Ook onder zijn bewind zijn onschuldige doden gevallen en mensenrechten geschonden. Deze uitspraak richting Fujimori geeft reden te geloven dat dus ook Alan García aangeklaagd kan worden wanneer zijn huidige termijn afloopt.

Kwade tongen spreken daarom van een alliantie tussen de APRA en de politieke partij van de fujimoristas, die nu wordt geleid door Keiko Fujimori, de dochter van de veroordeelde. De nationale verkiezingen zijn pas in 2011 maar er wordt nu al campagne gevoerd, en daarin doet Keiko het niet slecht in de peilingen. Uiteraard zou een electorale overwinning van de fujimoristas de vrijlating van hun leider betekenen, en bovendien een stap van minstens tien jaar terug in de tijd, wat betreft de mensenrechten en de democratie in Peru. De APRA, die zelf geen overtuigende kandidaat heeft voor de verkiezingen zou bereid zijn om een electorale deal te sluiten met de fujimoristas, op voorwaarde dat zij geen toekomstige rechtzaken hoeven te vrezen, ook niet voor de corruptie die hun huidige termijn kenmerkt. Fujimori mocht in de laatste twee zittingen zijn eigen verdediging voeren en het viel op dat hij daarin helemaal niet in ging op de misdaden waarvan hij beschuldigd werd, maar een politiek betoog hield waarin hij de bevolking eraan herinnerde hoe goed zijn regering was geweest voor Peru.

Een andere reden die deze uitspraak in gevaar brengt is de gezondheid van Fujimori. Op verschillende, vaak strategische, momenten heeft de ex-president het proces tijdelijk stil gelegd wegens gezondheidsproblemen. Mogelijk heeft hij een fatale tumor in zijn keel, die zijn straf zou kunnen verkorten om humanitaire redenen.

Redenen genoeg dus om het vervolg van deze uitspraak en de activiteiten van dochter Keiko Fujimori goed in de gaten te houden. Nadat negen jaar geleden formeel de democratie terugkeerde in Peru, is er nog altijd sprake van een zwaar ongelijke samenleving, een corrupt rechtssysteem en een regering die weinig boodschap heeft aan mensenrechten. Dus zoals Ronald Gamarra, directeur van de Coordinadora Nacional de Derechos Humanos, aangaf: voor een feestje is het nog te vroeg in Peru.

zondag 29 maart 2009

Tijd is een relatief begrip

In Peru in ieder geval...

Het staat al minimaal twee weken op de kalender: woensdag 25 maart om 18.00 uur vergadering in Patacancha. "Nee", zegt mijn collega Ruth, "zes uur is veel te laat, de vergadering is om vijf uur". Patacancha is ruim een uur rijden, dus ik reken uit dat we rond vier uur zullen vertrekken. Om vier uur lijkt echter niemand aanstalten te maken om te gaan. Om kwart over vier wordt me ineens verteld dat we moeten gaan, en wel nú, "haast je Anouk!". Dat doe ik dus maar. Ik breng snel mijn laptop naar mijn kamer en haal mijn jas. Binnen een paar minuten ben ik terug op kantoor…om vervolgens nog een half uur te moeten wachten. Om kwart voor vijf vertrekken we, maar niet voordat we nog even hebben getankt en ons avondeten (bestaande uit koekjes en chocola) hebben gekocht. In een rotvaart rijden we naar Patacancha. Ineens is het van "oei, oei wat zijn we toch laat" en "wat vervelend toch". Ik glimlach en grinnik in mezelf.

Zodra we de geasfalteerde weg verlaten en de bergweg naar Patacancha inslaan vergaat het lachen me trouwens snel. Ik denk dat ik nu weet hoe het voelt om aan rally wedstrijden mee te doen. Ik moet me goed vasthouden en ik krijg zelfs spierpijn in mijn nek doordat mijn hoofd alle kanten op gaat (G-krachten?). Ik grap dat we beter te laat aan kunnen komen dan helemaal niet, maar niemand reageert. Ik geloof dat ze de serieuze ondertoon ook niet horen.

Om kwart voor zes komen we aan in Patacancha…. waar niemand te bekennen is. Men blijkt niet van de vergadering af te weten. We leggen uit dat we niet voor niks zijn gekomen, dat het tijd en geld kost, dus dat ze maar moeten zorgen dat alle groepsleden zich verzamelen voor de vergadering. We spreken af dat wij twee huizen van groepsleden zullen bezoeken en dat Santos de rest optrommelt. Het eerste huis dat we bezoeken is van Juan, de leider van de groep. Tot mijn verbazing blijven we vervolgens ruim een half uur in dit huis hangen omdat Juan zijn ei kwijt moet. Hij heeft familieproblemen, problemen met de groep, problemen met zijn schapen en wellicht nog wat andere problemen die ik heb gemist omdat hij in het Quechua praat. Na een tijd besluiten we naar het tweede huis te gaan, maar daar krijgen we te horen dat de heer des huizes al op ons zit te wachten in het huis van Santos. Inderdaad blijkt iedereen daar al op ons te zitten wachten. Zijn we dus weer te laat.

De vergadering begint uiteindelijk om kwart voor zeven. Een vergadering die volgens mijn collega ongeveer een uur zou duren… Om negen uur zijn we klaar. Onze chauffeur is inmiddels zo'n beetje bevroren in de auto. De ramen zijn beslagen en de auto is niet uitgerust met blazers. Straatverlichting bestaat hier niet en dus zien we geen hand voor ogen. Wat eigenlijk een voordeel is, want nu rijden we tenminste niet zo hard. Om tien uur 's avonds zijn we eindelijk thuis. Pfff vermoeiend hoor, het Peruaanse begrip van tijd en punctualiteit.

maandag 23 maart 2009

Evalueren om er van te leren

......en voor je het weet is er een maand voorbij en heb je geen tijd gehad om een blogbericht te schrijven. De tijd vliegt als je druk bezig bent. En druk bezig ben ik inderdaad geweest. Het was een maand van veel evalueren en vooral veel leren......

Het begon op zaterdag 28 februari, de dag waarop de consultant aankwam die de daaropvolgende tien dagen CENFOPAR en haar huidige project zou evalueren. Voor mij natuurlijk een prachtige gelegenheid om ook wat meer te weten te komen over mijn organisatie, haar werkwijze, het project en de doelgroep. Ik besloot met zoveel mogelijk relevante evaluatie activiteiten mee te doen met als gevolg dat mijn dagen gevuld waren met het bijwonen van focus groepen, interviews en veldbezoeken. Tijdens de teamvergadering die het begin inluidde van het evaluatiebezoek kwam ik meteen wat verassende feitjes te weten over mijn organisatie. Zoals het feit dat ik helemaal niet het enige nieuwe personeelslid ben. Van de vijf collega's op mijn afdeling zijn er drie pas in het afgelopen kwartaal begonnen. Dat geeft te denken. En wat te denken van de discussie die in gang gezet werd toen pater Bernardo, de directeur van CENFOPAR, te kennen gaf dat hij eigenlijk helemaal niet zo'n voorstander van toerisme is. Hmmm, een directeur die niet helemaal achter het pad staat dat zijn organisatie is ingeslagen, een pad dat ik geacht word te versterken...

De volgende dag zat ik bij een focus groep van boeren die gesteund worden door CENFOPAR. De vergadering deed me goed. De doorgaans verlegen boeren, allen in hun beste kleren, vertelden met zoveel enthousiasme, kracht en dankbaarheid over de hulp die ze van CENFOPAR ontvangen dat ik een glimlach niet kon onderdrukken.'s Middags was er een bijeenkomst met enkele achtergestelde jongeren die bij CENFOPAR een cursus hadden gevolgd tot kamermeisje, ober of kok. Ook deze jongeren hadden overduidelijk hun beste kleren aangetrokken en spraken met veel beleefdheid en dankbaarheid over CENFOPAR. Mooi.

De daaropvolgende dagen was ik in Cuzco om enkele organisaties te bezoeken, waaronder de regionale afdeling van het Ministerie van Toerisme, het hoofdkantoor van Arariwa (waar CENFOPAR een onderdeel van is) en de microfinancieringsafdeling van Arariwa. Tijdens deze bezoekjes leerde ik nog een belangrijke les. Namelijk dat mijn Spaans nog niet goed genoeg is om vergaderingen en presentaties over onbekende, complexe onderwerpen te kunnen volgen. Met andere woorden: ik begreep niet zo heel veel van de gesprekken bij deze organisaties.

Na deze drukke evaluatieweek keek ik erg uit naar mijn vrije zaterdag. Helaas was het lot me niet zo gunstig gezind en was ik zaterdag doodziek, compleet met koorts en ernstige buikklachten. Gelukkig was ik de dag erna voldoende opgeknapt om mee te kunnen met het veldbezoek dat onderdeel uitmaakte van de evaluatie. We begonnen het bezoek in Patacancha, een dorp dat op een dik uur rijden van Urubamba ligt. Het dorp ligt in een prachtige, maar harde omgeving. De weg naar Ollantaytambo, het dichtstbijzijnde dorp van enig formaat, is onverhard en er is weinig verkeer om mensen van en naar het dal te brengen, het is er koud en het waait er vrijwel altijd. Ik vind het onbegrijpelijk dat de mensen hier op sandalen lopen. Met name de kinderen lijken permanent verkouden. Al die snotneusjes. Mobiele telefoons hebben er geen bereik, maar gelukkig heeft het dorp één telefoon, een sateliettelefoon. Een werkelijk briljante uitvinding, die erg gunstig is voor de families die zich met toerisme bezig houden, want nu kan er tenminste toch met ze gecommuniceerd worden. In het dorp bezochten we in totaal 4 families die een kamer van hun huis hebben ingericht om toeristen te ontvangen. Het zag er allemaal prima uit en ik was verbaasd dat er zelfs een gewone wc was die nog doorspoelde ook. Hoe ze dit hebben kunnen aanleggen is me een raadsel. Na Patacancha begaven we ons naar Piscacucho, een dorp dat het beginpunt is van de beroemde vierdaagse wandeling naar Machu Picchu. Duizenden toeristen per jaar passeren Piscacucho op weg naar het wereldwonder, maar Piscacucho merkt er in economisch opzicht weinig van. Een aantal families proberen een graantje mee te pikken van het toerisme door campings en eetgelegenheden op te zetten, overigens met wisselend succes. Na de lunch gingen we naar Chinchero. Hier bezochten we een groep wevers, die demonstraties geven aan toeristen en hun prachtige handgemaakte producten voor een eerlijke prijs proberen te verkopen. Het was fascinerend om te zien hoe de producten gemaakt worden. Maar toen we na het bezoek besloten de kerk van Chinchero nog even te bezoeken viel mijn mond open van verbazing bij de grote hoeveelheid souvenirswinkeltjes die we passeerden en de nog grotere hoeveelheid souvenirsverkopers die zich verzameld hadden op het plein voor de kerk. Het idee dat onze groep, 'weggestopt' in een huis buiten het toeristische centrum moet concurreren met de honderden, toegankelijke souvenirsverkopers met hun goedkopere, veelal machinaal gemaakte textiel-artikelen, stemde me niet echt rooskleurig.

Op maandag was het evaluatiebezoek afgelopen. Ik besloot eens tijd te nemen voor mijn eigen evaluatie. Ik had de afgelopen weken zoveel indrukken opgedaan en zo weinig tijd gehad om dat allemaal te overdenken dat ik het eens tijd vond voor een moment van reflectie. Er is me veel opgevallen en ik heb al veel geleerd in de weken dat ik hier nu ben.

Bijvoorbeeld dat werken in Peru soms meer lijkt op relatiebeheer. Relaties goed houden is in Peru ontzettend belangrijk, ook als dit betekent dat je niet aan je 'echte' werk toekomt omdat je mensen te woord moet staan die onafgesproken en onafgebroken het kantoor binnenkomen of omdat je naar vergaderingen moet simpelweg om je gezicht te laten zien. Voor mij als efficiënte Nederlander is dit soms moeilijk te begrijpen. Het lijkt af en toe ook de omgekeerde wereld: in zekere zin zijn de boeren de klanten van CENFOPAR en dus je zou zeggen dat zij alles zouden moeten doen om CENFOPAR tevreden te houden in plaats van andersom.

Dat dit laatste niet altijd het geval is blijkt wel uit het feit dat de opkomst van bepaalde groepen bij vergaderingen die door CENFOPAR belegd zijn erg laag is. Ik heb aan verschillende mensen gevraagd wat volgens hen hiervan de oorzaak is en de antwoorden stemmen me niet echt gerust. "Omdat men denkt dat toch niemand zal komen, dus dan blijven ze maar thuis" aldus een stagiaire bij CENFOPAR. Een mooie gedachte, als iedereen dit denkt komt het nog uit ook. "Omdat men lui is, niet wil werken en denkt dat anderen hun problemen wel zullen oplossen" aldus een van de boeren. Een reëel gevaar van bepaalde vormen van ontwikkelingshulp: het maakt mensen afhankelijk en in zekere zin lui. "Omdat men geen interesse meer heeft in het toerisme-netwerk" aldus een van de aanwezigen bij de maandelijkse netwerk vergadering. Nog zo'n antwoord wat je eigenlijk niet hoopt te horen.

Ondertussen lijken de medewerkers van CENFOPAR zich wél voor de volle 100% in te zetten. Werktijden zijn er niet echt. Officieel wordt er van half 9 tot 1 en van 3 tot half 7 gewerkt, maar het is eerder regel dan uitzondering dat de lunch later begint, men na de lunch meteen weer verder werkt, om half 7 nog niemand klaar is en er ook in het weekend gewerkt wordt. Voor mij is dit even wennen en ook nog even aftasten in hoeverre ik hierin moet meegaan. Dat men zo hard werkt is trouwens ook niet verwonderlijk gezien het feit dat ze maar met zo weinigen zijn. Mijn collega Ruth is eigenlijk de enige die zich op dit moment full time met toerisme bezig houdt, wat wil zeggen dat zij vrijwel in haar eentje verantwoordelijk is voor de 13 dorpen die CENFOPAR steunt op het gebied van toerisme (en daarnaast voor nog enkele groepen die zich bezighouden met het maken en verkopen van souvenirs). Een naar mijn mening vrijwel onmogelijke taak, vooral gezien het feit dat de medewerkers van mijn afdeling ook nog enkele nevenactiviteiten hebben zoals het lesgeven op de technische school die onder een andere afdeling van CENFOPAR valt. Problemen in de planning worden soms echter heel ingenieus opgelost. Ik wil jullie één gebeurtenis niet onthouden. Ongeveer twee weken geleden kwamen we er 's ochtends achter dat Ruth 's middags naar een vergadering in Cusco moest, terwijl ze die middag eigenlijk moest lesgeven. Dit werd opgelost door haar man (die niet bij CENFOPAR werkt) de les te laten overnemen en een stagiaire van CENFOPAR in te schakelen als oppas voor haar zoon. Tja, over flexibiliteit en creativiteit gesproken...

In dit soort drukke tijden is een extra medewerker natuurlijk wel handig en ik merk dan ook dat ik meteen gevraagd word om met allerlei klusjes te helpen. Volledig begrijpelijk natuurlijk, maar ook best lastig, want ik ben uiteraard niet alleen maar gekomen om hen uit de brand te helpen in drukke tijden. Maar ja, je bent nieuw en je wilt een goede eerste indruk maken, dus de verleiding is nogal groot om mee te gaan in wat zij zeggen en doen. Omgaan met verschillende verwachtingen en duidelijk je professionele en persoonlijke grenzen stellen is waar het in dit beginstadium dus allemaal om draait. En dat is niet altijd makkelijk. Want hoe reageer je als iemand je indirect vraagt of je toevallig contact hebt met donoren in Nederland die projecten willen financieren van de NGO die hij aan het opzetten is? En wat doe je als de boeren, nadat ze horen dat je een specialist in toerisme bent, als volgt reageren: "zeg ons wat toeristen nou eigenlijk willen"?

Het is dus echt wel even wennen voor me. Het feit dat we nog geen huis hebben gevonden en dat ik Barry erg weinig zie omdat hij enkele weken in Cusco zit voor een talencursus maakt het er soms niet makkelijker op. Maar goed, ik blijf het werk reuze interessant vinden en ik zie genoeg mogelijkheden om de toeristische initiatieven te ondersteunen. Er valt de komende de tijd dus nog genoeg te doen en te leren.

Tenslotte is er nog een ander ding dat ik de afgelopen maand geleerd heb ...... niet meer zo lang wachten met het schrijven van een blogbericht.

vrijdag 27 februari 2009

Carnaval

Tussen het werken, huizen zoeken, tassen ophalen van vliegveld, werken, telefoon regelen, mensen ontmoeten, dingen kopen en nog meer werken door hadden we zondag dan toch even tijd om carnaval te vieren. Carnaval op zijn Peruaans wel te verstaan! Dat wil zeggen: traditionele muziek en dans en vooral heel veel watergevechten.

Dat in Urubamba te weinig water is (veroorzaakt door de verdwijnende gletsjers?) was niet te merken afgelopen zondag. Terwijl we 'thuis' af en toe zonder water zitten omdat de kraan weer eens is dichtgedraaid om water te besparen kwam het water ons tijdens carnaval van alle kanten aanvliegen. Nou ja, ik zeg 'ons', maar ik bedoel voornamelijk 'mij'. Ik, als meisje en gringa (buitenlandse) zijnde, was natuurlijk het hoofddoelwit van alle, voornamelijk mannelijke, watergooiers. Barry werd wijselijk gemeden, maar dat kan ook komen omdat hij een dure camera in zijn hand had. Als je water niet leuk genoeg vond dan kon je trouwens ook nog met schuim en gekleurd krijt gooien. Ik heb het allemaal over me heen gekregen.........

Een korte impressie:

Ik word achternagezeten door een jongetje met waterpistool.


Verwikkeld in een schuimgevecht.


Ook de tribune wordt niet gespaard.


Nog een schuimgevecht.


Het eindresultaat: doorweekt, onder het schuim en bedekt met paars krijtpoeder
(kleurde wel leuk bij mijn shirt!)

maandag 23 februari 2009

Herkenning, herinnering en herbeleving

Meteen bij aankomst in Cusco een eerste moment van herkenning: het bandje dat bij de bagageband el-condor-pasa-achtige liedjes speelt. Een aangenaam welkom. Wel jammer dat de vrolijke muziek niks kan veranderen aan het feit dat onze tassen niet op die bagageband liggen. Nee, onze tassen liggen ongeveer 1100 kilometer verderop in Lima.
Op weg naar Urubamba komen nog meer herinneringen bovendrijven. De taxi's! Overal zie ik ze en allemaal zien ze er nog even slecht uit als vier jaar geleden. En dan die rijstijl van de Peruanen. Al zittende in de auto herinner ik me ineens weer al te goed hoe Peruanen inhalen, bochten nemen en voetgangers en dieren ontwijken (respectievelijk: voor bochten en ook als er tegemoetkomend verkeer komt, de binnenbocht hopende dat er geen tegenligger komt, en door te toeteren en vooral zelf niet uit de weg te gaan). De landschappen waar we doorheen rijden herken ik van mijn eigen foto's. Ik herinner me de eerste excursie die ik toendertijd maakte (naar Maras en Salineras) en hoe onder de indruk ik was van het landschap. Dat is nu niet anders.
In de loop van de week volgen nog vele oh-ja-momentjes: de mammitas (oudere vrouwen) met hun hoeden, talrijke rokken, kleurrijke doeken en vlechten; de talrijke muurschilderingen, sommigen erg lelijk, anderen ronduit prachtig; de slecht uitziende honden (die gelukkig ontzettend sloom zijn en dus niet zo agressief als in Huaraz); de heerlijke limonade en thee (die de Peruanen verpesten door er drie eetlepels suiker in te gooien); het gebrek aan punctualiteit bij de Peruanen; de formele manier waarop men tijdens vergaderingen spreekt; de zoen op de wang bij het groeten en gedag zeggen ongeacht of je de persoon kent of niet; en de vlooien in mijn bed (ja, weer.....).
Het eten is een verhaal apart. Tijdens de vele maaltijden die we gedurende de week zullen nuttigen in de comedor van CENFOPAR blijken mijn herinneringen te kloppen: men eet veel, snel, drie keer per dag warm en altijd aardappels, in wat voor vorm dan ook: gekookt, gebakken, gefrituurd, geprakt, in de soep, als pap, noem maar op.
Zo op het eerste gezicht lijkt er dus niks veranderd. Of toch? Ik reageer verbaasd als een campesino uit een redelijk veraf gelegen dorp me mijn email adres vraagt en mij zijn mobiele nummer geeft. Zo'n beetje elke Peruaan in de regio Cusco heeft ineens een mobieltje. En kan je je toch geen mobieltje veroorloven dan kan je er voor een paar eurocenten altijd nog eentje huren van de vrouwen met de groene hesjes die op elke hoek van de straat staan.
Het woord regenseizoen blijkt hier ook een relatief begrip te zijn. Werd ik in Huaraz soms gek van de regen die elke middag uit de hemel kwam vallen, hier merk ik er vooralsnog niks van. Er wordt me verteld dat de regen de afgelopen jaren minder is geworden. Klimaatverandering? Nee, hier is het echt heerlijk weer (even afkloppen), frisse berglucht met een lekker zonnetje, wat wil je nog meer?