woensdag 26 augustus 2009

Telefoon

In de meeste steden en dorpen in Peru waar mobiele telefoons bereik hebben, staan op verschillende plaatsen mensen, meestal vrouwen of gehandicapten, met mobieltjes waar je tegen een kleine vergoeding mee kan bellen. Een soort mobiele telefooncellen zeg maar. Een uitkomst voor iedereen die zelf geen mobieltje kan veroorloven.

Veel veraf gelegen dorpen hebben echter geen mobiel netwerk en ook geen vaste lijn. Hoe zij dan toch kunnen bellen? Door middel van een sateliettelefoon, meestal een gemeenschappelijke telefoon die door het hele dorp wordt gedeeld. Op deze manier kunnen de inwoners toch met vrienden en familie elders bellen.

Gebeld worden is met zo'n gemeenschappelijke dorpstelefoon echter niet zo makkelijk. Maar daar hebben ze in Lares iets op gevonden. Ik stond toevallig in het winkeltje met de gemeenschappelijke telefoon toen er gebeld werd. De eigenaresse en beheerster van de telefoon nam op en liep toen naar de microfoon van een geluidsinstallatie. Vervolgens schalde over de luidsprekers in heel het dorp dat er telefoon was voor meneer Lopez en dat hij zich naar het winkeltje moest haasten. Wat een inventiviteit!

maandag 17 augustus 2009

Arequipa

Het is vrijdagavond rond haf 6. Ik zit samen met wat collega's in een busje op weg naar Cusco als mijn telefoon gaat. Tussen de enorme herrie van het rammelende busje door kan ik Barry nog net horen zeggen: "waarom gaan wij ook niet naar Arequipa?". Ja, waarom ook niet eigenlijk? Mijn ouders zijn zaterdag in Arequipa, ik ben er sinds ik in Peru ben nog niet geweest, ik heb weekend en het is niet zo heel ver weg (nou ja, naar Peruaanse standaarden dan).

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal in Cusco snel door naar huis, spullen pakken, een weekvoorraad aan snoep en koek inslaan (als een alternatief soort avondeten) en op naar het busstation. Gelukkig zijn er nog twee stoelen (naast elkaar!) vrij en dus zitten we om half 9 in de bus en staan we 10 uur later in Arequipa. Het eerste dat me opvalt is dat het echt heerlijk weer is in Arequipa. Daar sta ik dan in mijn lange broek, trui en winterjas. Snel omkleden dus en dan samen met ons pap en mam ontbijten.

Samen met paps en mams in Arequipa

We besluiten als eerste het beroemde Santa Catalina klooster te bezoeken. De nonnen die daar vroeger woonden kwamen allemaal van gegoede (Spaanse) families af en waren niet van plan hun luxe levensstijltje binnen de kloostermuren op te geven. En dus had iedere non de beschikking over een aantal bedienden (slaven) en werden er veel feestjes gegeven. Tot de paus er lucht van kreeg, een strenge vrouw stuurde die snel orde op zaken stelde, de verwende meisjes terug naar Spanje stuurde en de slaven bevrijdde. Er wonen nu nog steeds een dertigtal nonnen in een afgeschermd deel van het klooster. De rest is opengesteld voor publiek en zeer de moeite waard om te bezoeken. Het is een werkelijk schitterend complex. Normaal gesproken heel rustig en sereen, nu krioelend van de toeristen. Op zich wel jammer, maar toch erg mooi om weer eens gezien te hebben.

Een van de steegjes in het klooster

Na het klooster besluiten we wat te gaan eten op een van de balkonnetjes die uitkijken op het Plaza de Armas. Het centrale plein van Arequipa is misschien wel het mooiste van heel Peru. Rondom witte gebouwen, met zuilengalerijen en balkons en op de achtergrond de besneeuwde bergen en Misti vulkaan. Vandaag blijkt Arequipa toevallig een x-aantal jaar te bestaan en dus is er groot feest. En een feest in Peru is niet compleet zonder….. parades. Vanaf het balkon pikken we al wat mee, en later bekijken we vanaf de straat de vele groepen die meelopen in de parade. Totdat we er na een aantal uur wel genoeg van hebben. Omdat het beroemde museum van de ijsmummie vanwege de festiviteiten gesloten is besluiten we terug naar het hotel te gaan. Maar dat blijkt nog niet zo makkelijk. De parade loopt dwars door de stad en snijdt het centrum als het ware in tweeën. Probleem is dat wij aan de ene kant staan en ons hotel aan de andere kant is, zonder een mogelijkheid om ergens de parade over te steken. Na bijna een uur zoeken vinden we een plek waar de politie een kleine doorgang heeft gecreëerd en mondjesmaat mensen laat oversteken als er even geen praalwagen of dansgroep voorbijkomt. 's Avonds eten we gezellig samen in een leuk restaurant met het welbekende panfluitmuziekje op de achtergrond.

Het mooie Plaza de Armas van Arequipa

De volgende dag gaan ons pap en mam naar de Colca Canyon en dus hebben we de dag voor onszelf. We doen het rustig aan, drinken wat op een terrasje en genieten van het lekkere weer en het uitzicht. Tijdens het relaxen lees ik dat er een bioscoop is in Arequipa en dus besluiten we daar heen te gaan. We komen aan bij een heus winkelcentrum, compleet met foodcourt, een soort bijenkorf (compleet met Bijenkorf-prijzen) en een moderne bioscoop. De eerste keer dat ik zoiets in Peru zie! We winkelen, zien een film met Johnny Depp en eten wat bij de Burger King en dan is het alweer tijd om terug te gaan naar het busstation. Een geslaagd weekend!

donderdag 13 augustus 2009

Op “schoolreisje”

Negen dagen, drie landen, duizenden kilometers, lokaal eten, (zeer) weinig slaap, vergaderingen, simpele toiletten, geen privacy, viezigheid, kou, wind en vooral veel zand. Het was me het reisje wel! Ongelofelijk vermoeiend, maar ook ontzettend leerzaam en onbeschrijfelijk mooi! Meer dan de moeite waard!

Zondagavond vertrokken we met de hele groep (ik, mijn twee collega's, 4 mensen van de gemeente en 12 lokale boeren) naar Puno. Om vier uur kwamen we al aan en vervolgden we onze weg in een minibusje en later in een boot. De eerste stop was Isla Ticonata, waar we een ruraal toerisme project bezochten. Meteen het beste project wat we op de hele reis zouden zien. Het welkom was hartelijk en professioneel, het toeristencomplex mooi opgezet, mooi gedecoreerd en goed gerund. We wisselden ervaringen uit, stelden vragen, lunchten, kregen een rondleiding, dansten en toen was het al weer tijd voor het afscheid.

Groepsfoto op Isla Ticonata

Op naar het volgende eiland, Amantaní. Het schoolvoorbeeld van hoe het eigenlijk niet moet met community based tourism. Het hele eiland houdt zich bezig met toerisme, met als gevolg veel dezelfde producten, lage prijzen, en soms wat minder kwaliteit. Bovendien kennen de mensen niks anders meer dan toerisme, dus als dat ooit instort gaat het hele eiland failliet. We verdeelden ons over de gastfamilies en aten een heerlijke maaltijd. 's Avonds was er een feest voor ons georganiseerd. We moesten ons wel even omkleden in de lokale klederdracht. Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik echt een gruwelijke hekel heb aan dit soort geforceerde vrolijkheid, maar ik kon er niet onderuit. Tijdens de wandeling naar de zaal hoopte ik maar dat we geen andere toeristen tegen zouden komen, want ik voelde me een belachelijke verschijning. Eenmaal in de zaal besloot ik niet te moeilijk te doen, nergens meer aan te denken en gewoon lekker gek te doen. Slechts de helft van de groep was komen opdagen, dus ik danste voor twee. Na anderhalf uur had ik het wel weer gezien, ook omdat we de volgende ochtend al om 5 uur zouden vertrekken.

Feestje op Isla Mantaní

Vijf uur werd helaas zes uur omdat de helft van de groep (juist de helft die niet naar het feest was gekomen en daardoor veel tijd had gehad om uit te rusten) niet kwam opdagen op de juiste tijd. Er werden mensen op uitgestuurd om naar de gastgezinnen te rennen en de groepsleden uit hun bed te trekken. Slecht begin van de dag. Ruth en ik waren vreselijk teleurgesteld in de groep. Maar goed, op naar de grens met Bolivia. Daar deden zich meteen twee problemen voor. Een van de vrouwen bleek een verlopen identiteitsdocument bij zich te hebben. Met dank aan de niet oplettende douane van Bolivia kon zij toch de grens over. Een ander probleem deed zich voor met een vrouw die haar baby had meegenomen en die zonder schriftelijke toestemming van de vader het land niet uit mocht. Zouden we dat wel doen dan was er sprake van ontvoering. Aangezien er in heel het grensplaatsje geen fax was en een toestemmingsbrief dus niet geregeld kon worden, besloten we toch voor die laatste optie te gaan. Samen met het kind wandelde de moeder zo de grens over zonder gecontroleerd te worden. Volkomen onverantwoord natuurlijk, maar ja. Ik kon met mijn speciale toestemming zonder problemen de grens over. Door al het oponthoud aan de grens kwamen we uren later dan gepland aan bij TUSOCO (nationaal netwerk van community based tourism in Bolivia). De vergadering was erg interessant. Toen aan het einde van de vergadering, inmiddels 7 uur, een schaal met koekjes rondging werd daar gretig gebruik van gemaakt aangezien we sinds 4 uur die ochtend niks meer hadden gegeten. Iedereen zat met vier, vijf koekjes in de hand. Rond een uur of negen zaten we eindelijk aan het avondeten. Een soort McDonalds-achtige maaltijd, maar dan lekkerder. Het hotel was voor de verandering redelijk luxe. We hadden een fatsoenlijke douche met warm water en wc. Daar maakte ik dus meteen maar gebruik van. En hoe moe Ruth ook was, toch dook ze om 11 uur 's avonds nog even in de jacuzzi in onze badkamer.

Op dag drie volgden meer vergaderingen met organisaties. Door de mensen van de eerste vergadering werden we uitgenodigd voor de lunch en kwamen er ineens ruim 15 literflessen bier op tafel. Die moesten natuurlijk op, met als gevolg dat de halve (het voornamelijk mannelijk deel van de) groep achter bleef in het restaurant en de tweede vergadering mistte.

Boliviaans biertje

's Avonds namen we de nachtbus naar Uyuni. De bus liep erg veel vertraging op omdat hij schijnbaar twee keer kapot ging in het midden van de nacht, maar daar heb ik niks van meegekregen. Ik sliep door alles heen. Ik werd alleen af en toe wakker van de kou. In Uyuni werden we opgewacht door de organisatie FAUTAPO die een ontzettend uitgebreid en lekker ontbijtbuffet voor ons had geregeld. Allemaal gerechten op basis van quinua (een van de meest gezonde en voedingsrijke producten op aarde) omdat er in dit woestijngebied niks anders groeit. Na het ontbijt stapten we in onze four-wheel-drive auto's om een driedaagse tocht te gaan maken. Het gebied dat we bezochten is in feite een woestijn. Tel daarbij op dat het op een van de meest afgelegen plekken op aarde ligt, erg koud kan worden, en er vulkanische activiteit is en je hebt een van de meest ongastvrije gebieden op aarde. En toch, geloof het of niet, wonen ook hier mensen. Mensen die proberen iets mee te pikken van de duizenden toeristen die jaarlijks dit onherbergzame, maar prachtige gebied bezoeken. Net zoals de deelnemers aan dit uitwisselingsbezoek proberen in de Heilige Vallei.

Mensen wonen ontzettend afgelegen met weinig tot geen voorzieningen

Ik op de zoutvlakte

We begonnen met een tocht over de wereldberoemde Salar de Uyuni (zoutvlakte). Een werkelijk onwerkelijke ervaring. Heel vreemd om overal om je heen zout te zien. Na enkele uren rijden kwamen we aan bij een dorpje waar we lunchten en na weer een aantal uren bij het dorpje waar we blijven slapen. Ongelofelijk hoe afgelegen die mensen wonen. Ze moeten soms wel vier uur rijden om bij de stad te komen waar ze hun boodschappen kunnen doen! De volgende dag bezochten we een niet interessante ruïne, en reden we door het prachtige landschap naar onze volgende slaapplek. De derde dag was zonder twijfel de mooiste dag van de hele reis. Daarvoor moesten we wel om vier uur al in de auto zitten, maar dan heb je ook wat: geisers, pruttelende modderbaden, thermale baden, vulkanen, heldergroene meren, vicuñas en vooral heel veel prachtige landschappen. Het was wel vreselijk koud. 's Ochtends schatte de chauffeur de temperatuur op ongeveer -15 graden. Ik genoot echter met volle teugen. De wind, het zand, de kou…. het kon me allemaal niks schelen. Ik genoot! Enkele anderen genoten lekker met mij mee, terwijl sommigen stug in de auto bleven zitten.

Mooi vulkanisch landschap, maar het was wel koud!

En net als je denkt aan het einde van de wereld te zijn beland is daar de grenspost van Bolivia. Het meisje met het verlopen identiteitsbewijs en de vrouw met haar kind konden rechtsomkeert maken, want die kwamen Chili niet in.

Grenspost van Bolivia

Verder had niemand problemen en binnen een uur waren we in San Pedro de Atacama. Een vreselijk toeristisch stadje midden in de Chileense woestijn. Ook hier een ongelofelijke wind. Het zand zat inmiddels overal. Als ik kauwde proefde ik zand, als ik mijn neus snoot dan snoot ik zand, er zat zand in mijn oren, kleren en ogen. Gelukkig was het wel een stukje warmer.

Samen met mijn collega en iemand van de groep in Chili

Na nog een nachtbus kwamen we de volgende ochtend aan in Arica. Daar bezochten we een museum over de veldslag die Peru met Chili heeft geleverd en verloren. De kwestie ligt nog steeds gevoelig en her en der hoorde ik mensen uit de groep trots zeggen dat dit alles ooit van Peru was geweest. Na dit korte bezoekje was het weer tijd voor de bus richting Peru. In Tacna aangekomen nam ik afscheid van de groep en spoedde me naar een hotel om me voor het eerst in vier dagen te douchen en te ontdoen van al het zand! Heerlijk. Ik was bijna aan het einde van mijn reis, maar niet voordat ik nog een twintig uur durende busreis had gemaakt naar Lima. Ik was zo uitgeput, dat ik het grootste deel van die twintig uur heb geslapen. Moe maar voldaan kwam ik aan in Lima. Ik weet zeker dat ik nog een keer terug ga naar Bolivia en Chili, want het is er echt prachtig. Gelukkig ben ik hier ook nog wel even!