maandag 21 september 2009

Ik ben geen toerist meer!

Ja, jullie lezen het goed. Het heeft behoorlijk wat moeite, erg veel tijd en nog meer geld gekost, maar na 6 maanden zijn mijn papieren eindelijk rond. Sinds vrijdag 11 september ben ik geen toerist meer, maar officieel inwoner van Peru.

Het verkrijgen van mijn nieuwe status als resident van Peru vond ik wel een reden voor een frisse, nieuwe look en dus heb ik meteen mijn haar maar afgeknipt en wat nieuwe kleren gekocht ;).

maandag 14 september 2009

Een wereld van verschil

Lima, een wereld van verschil vergeleken met Cusco.

Een wereld waarin mensen in moderne appartementencomplexen wonen met uitzicht op zee. En in mooie, grote huizen achter (lelijke) hoge hekken met bewakingssystemen. Of zelfs in afgesloten wijken met controleposten bij de ingang.

Een wereld die stikt van de moderne winkelcentra. Waar een bewaker bij de ingang checkt of je er wel welvarend genoeg uitziet om binnengelaten te worden. Een wereld waarin de producten in de schappen en de gerechten op de kaart zelfs voor mij als westerling soms te duur zijn. Waarin tieners in merkkleding tijdens het genot van een 3 euro kostend kopje koffie hun huiswerk maken in de Starbucks. Waar de McDonald's, Burger King, Pizza Hut en KFC over elkaar heen struikelen. En waar iPhones en laptops als warme broodjes over de toonbank gaan.

Larcomar, een van de hipste en duurste winkelcentra van Lima; gebouwd in de kliffen met een mooi uitzicht op zee. Op de achtergrond de moderne flatgebouwen van Miraflores.

Een wereld waarin kinderen niet in een doek op de rug worden gedragen, maar in een dure kinderwagen worden voortgeduwd. Of worden gedragen door het kindermeisje. Het kindermeisje dat steevast in een herkenbare outfit (wit zusterspakje) achter de familie aanloopt, niet zelden met tassen vol pas aangeschafte spullen in haar handen (door de familie, niet door haar natuurlijk).

Een wereld waar elke dag wel iets te doen is. Een wereld van concerten, theatervoorstellingen, beroemde exposities en megabioscopen.

Ik kijk mijn ogen uit in deze wereld. Deze wereld die ook Peru is, maar toch zo anders. Een wereld die slechts toegankelijk is voor de happy few in Peru die zich een dergelijke luxe levensstijl kunnen permitteren. Een wereld die in scherp contrast staat met de miljoenen inwoners van Lima die in sloppenwijken wonen en met het grote gebrek aan voorzieningen en de grote armoede in de rest van het land. Nog nooit was de enorme ongelijkheid in Peru voor mij zo zichtbaar als nu.

woensdag 26 augustus 2009

Telefoon

In de meeste steden en dorpen in Peru waar mobiele telefoons bereik hebben, staan op verschillende plaatsen mensen, meestal vrouwen of gehandicapten, met mobieltjes waar je tegen een kleine vergoeding mee kan bellen. Een soort mobiele telefooncellen zeg maar. Een uitkomst voor iedereen die zelf geen mobieltje kan veroorloven.

Veel veraf gelegen dorpen hebben echter geen mobiel netwerk en ook geen vaste lijn. Hoe zij dan toch kunnen bellen? Door middel van een sateliettelefoon, meestal een gemeenschappelijke telefoon die door het hele dorp wordt gedeeld. Op deze manier kunnen de inwoners toch met vrienden en familie elders bellen.

Gebeld worden is met zo'n gemeenschappelijke dorpstelefoon echter niet zo makkelijk. Maar daar hebben ze in Lares iets op gevonden. Ik stond toevallig in het winkeltje met de gemeenschappelijke telefoon toen er gebeld werd. De eigenaresse en beheerster van de telefoon nam op en liep toen naar de microfoon van een geluidsinstallatie. Vervolgens schalde over de luidsprekers in heel het dorp dat er telefoon was voor meneer Lopez en dat hij zich naar het winkeltje moest haasten. Wat een inventiviteit!

maandag 17 augustus 2009

Arequipa

Het is vrijdagavond rond haf 6. Ik zit samen met wat collega's in een busje op weg naar Cusco als mijn telefoon gaat. Tussen de enorme herrie van het rammelende busje door kan ik Barry nog net horen zeggen: "waarom gaan wij ook niet naar Arequipa?". Ja, waarom ook niet eigenlijk? Mijn ouders zijn zaterdag in Arequipa, ik ben er sinds ik in Peru ben nog niet geweest, ik heb weekend en het is niet zo heel ver weg (nou ja, naar Peruaanse standaarden dan).

Zo gezegd, zo gedaan. Eenmaal in Cusco snel door naar huis, spullen pakken, een weekvoorraad aan snoep en koek inslaan (als een alternatief soort avondeten) en op naar het busstation. Gelukkig zijn er nog twee stoelen (naast elkaar!) vrij en dus zitten we om half 9 in de bus en staan we 10 uur later in Arequipa. Het eerste dat me opvalt is dat het echt heerlijk weer is in Arequipa. Daar sta ik dan in mijn lange broek, trui en winterjas. Snel omkleden dus en dan samen met ons pap en mam ontbijten.

Samen met paps en mams in Arequipa

We besluiten als eerste het beroemde Santa Catalina klooster te bezoeken. De nonnen die daar vroeger woonden kwamen allemaal van gegoede (Spaanse) families af en waren niet van plan hun luxe levensstijltje binnen de kloostermuren op te geven. En dus had iedere non de beschikking over een aantal bedienden (slaven) en werden er veel feestjes gegeven. Tot de paus er lucht van kreeg, een strenge vrouw stuurde die snel orde op zaken stelde, de verwende meisjes terug naar Spanje stuurde en de slaven bevrijdde. Er wonen nu nog steeds een dertigtal nonnen in een afgeschermd deel van het klooster. De rest is opengesteld voor publiek en zeer de moeite waard om te bezoeken. Het is een werkelijk schitterend complex. Normaal gesproken heel rustig en sereen, nu krioelend van de toeristen. Op zich wel jammer, maar toch erg mooi om weer eens gezien te hebben.

Een van de steegjes in het klooster

Na het klooster besluiten we wat te gaan eten op een van de balkonnetjes die uitkijken op het Plaza de Armas. Het centrale plein van Arequipa is misschien wel het mooiste van heel Peru. Rondom witte gebouwen, met zuilengalerijen en balkons en op de achtergrond de besneeuwde bergen en Misti vulkaan. Vandaag blijkt Arequipa toevallig een x-aantal jaar te bestaan en dus is er groot feest. En een feest in Peru is niet compleet zonder….. parades. Vanaf het balkon pikken we al wat mee, en later bekijken we vanaf de straat de vele groepen die meelopen in de parade. Totdat we er na een aantal uur wel genoeg van hebben. Omdat het beroemde museum van de ijsmummie vanwege de festiviteiten gesloten is besluiten we terug naar het hotel te gaan. Maar dat blijkt nog niet zo makkelijk. De parade loopt dwars door de stad en snijdt het centrum als het ware in tweeën. Probleem is dat wij aan de ene kant staan en ons hotel aan de andere kant is, zonder een mogelijkheid om ergens de parade over te steken. Na bijna een uur zoeken vinden we een plek waar de politie een kleine doorgang heeft gecreëerd en mondjesmaat mensen laat oversteken als er even geen praalwagen of dansgroep voorbijkomt. 's Avonds eten we gezellig samen in een leuk restaurant met het welbekende panfluitmuziekje op de achtergrond.

Het mooie Plaza de Armas van Arequipa

De volgende dag gaan ons pap en mam naar de Colca Canyon en dus hebben we de dag voor onszelf. We doen het rustig aan, drinken wat op een terrasje en genieten van het lekkere weer en het uitzicht. Tijdens het relaxen lees ik dat er een bioscoop is in Arequipa en dus besluiten we daar heen te gaan. We komen aan bij een heus winkelcentrum, compleet met foodcourt, een soort bijenkorf (compleet met Bijenkorf-prijzen) en een moderne bioscoop. De eerste keer dat ik zoiets in Peru zie! We winkelen, zien een film met Johnny Depp en eten wat bij de Burger King en dan is het alweer tijd om terug te gaan naar het busstation. Een geslaagd weekend!

donderdag 13 augustus 2009

Op “schoolreisje”

Negen dagen, drie landen, duizenden kilometers, lokaal eten, (zeer) weinig slaap, vergaderingen, simpele toiletten, geen privacy, viezigheid, kou, wind en vooral veel zand. Het was me het reisje wel! Ongelofelijk vermoeiend, maar ook ontzettend leerzaam en onbeschrijfelijk mooi! Meer dan de moeite waard!

Zondagavond vertrokken we met de hele groep (ik, mijn twee collega's, 4 mensen van de gemeente en 12 lokale boeren) naar Puno. Om vier uur kwamen we al aan en vervolgden we onze weg in een minibusje en later in een boot. De eerste stop was Isla Ticonata, waar we een ruraal toerisme project bezochten. Meteen het beste project wat we op de hele reis zouden zien. Het welkom was hartelijk en professioneel, het toeristencomplex mooi opgezet, mooi gedecoreerd en goed gerund. We wisselden ervaringen uit, stelden vragen, lunchten, kregen een rondleiding, dansten en toen was het al weer tijd voor het afscheid.

Groepsfoto op Isla Ticonata

Op naar het volgende eiland, Amantaní. Het schoolvoorbeeld van hoe het eigenlijk niet moet met community based tourism. Het hele eiland houdt zich bezig met toerisme, met als gevolg veel dezelfde producten, lage prijzen, en soms wat minder kwaliteit. Bovendien kennen de mensen niks anders meer dan toerisme, dus als dat ooit instort gaat het hele eiland failliet. We verdeelden ons over de gastfamilies en aten een heerlijke maaltijd. 's Avonds was er een feest voor ons georganiseerd. We moesten ons wel even omkleden in de lokale klederdracht. Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik echt een gruwelijke hekel heb aan dit soort geforceerde vrolijkheid, maar ik kon er niet onderuit. Tijdens de wandeling naar de zaal hoopte ik maar dat we geen andere toeristen tegen zouden komen, want ik voelde me een belachelijke verschijning. Eenmaal in de zaal besloot ik niet te moeilijk te doen, nergens meer aan te denken en gewoon lekker gek te doen. Slechts de helft van de groep was komen opdagen, dus ik danste voor twee. Na anderhalf uur had ik het wel weer gezien, ook omdat we de volgende ochtend al om 5 uur zouden vertrekken.

Feestje op Isla Mantaní

Vijf uur werd helaas zes uur omdat de helft van de groep (juist de helft die niet naar het feest was gekomen en daardoor veel tijd had gehad om uit te rusten) niet kwam opdagen op de juiste tijd. Er werden mensen op uitgestuurd om naar de gastgezinnen te rennen en de groepsleden uit hun bed te trekken. Slecht begin van de dag. Ruth en ik waren vreselijk teleurgesteld in de groep. Maar goed, op naar de grens met Bolivia. Daar deden zich meteen twee problemen voor. Een van de vrouwen bleek een verlopen identiteitsdocument bij zich te hebben. Met dank aan de niet oplettende douane van Bolivia kon zij toch de grens over. Een ander probleem deed zich voor met een vrouw die haar baby had meegenomen en die zonder schriftelijke toestemming van de vader het land niet uit mocht. Zouden we dat wel doen dan was er sprake van ontvoering. Aangezien er in heel het grensplaatsje geen fax was en een toestemmingsbrief dus niet geregeld kon worden, besloten we toch voor die laatste optie te gaan. Samen met het kind wandelde de moeder zo de grens over zonder gecontroleerd te worden. Volkomen onverantwoord natuurlijk, maar ja. Ik kon met mijn speciale toestemming zonder problemen de grens over. Door al het oponthoud aan de grens kwamen we uren later dan gepland aan bij TUSOCO (nationaal netwerk van community based tourism in Bolivia). De vergadering was erg interessant. Toen aan het einde van de vergadering, inmiddels 7 uur, een schaal met koekjes rondging werd daar gretig gebruik van gemaakt aangezien we sinds 4 uur die ochtend niks meer hadden gegeten. Iedereen zat met vier, vijf koekjes in de hand. Rond een uur of negen zaten we eindelijk aan het avondeten. Een soort McDonalds-achtige maaltijd, maar dan lekkerder. Het hotel was voor de verandering redelijk luxe. We hadden een fatsoenlijke douche met warm water en wc. Daar maakte ik dus meteen maar gebruik van. En hoe moe Ruth ook was, toch dook ze om 11 uur 's avonds nog even in de jacuzzi in onze badkamer.

Op dag drie volgden meer vergaderingen met organisaties. Door de mensen van de eerste vergadering werden we uitgenodigd voor de lunch en kwamen er ineens ruim 15 literflessen bier op tafel. Die moesten natuurlijk op, met als gevolg dat de halve (het voornamelijk mannelijk deel van de) groep achter bleef in het restaurant en de tweede vergadering mistte.

Boliviaans biertje

's Avonds namen we de nachtbus naar Uyuni. De bus liep erg veel vertraging op omdat hij schijnbaar twee keer kapot ging in het midden van de nacht, maar daar heb ik niks van meegekregen. Ik sliep door alles heen. Ik werd alleen af en toe wakker van de kou. In Uyuni werden we opgewacht door de organisatie FAUTAPO die een ontzettend uitgebreid en lekker ontbijtbuffet voor ons had geregeld. Allemaal gerechten op basis van quinua (een van de meest gezonde en voedingsrijke producten op aarde) omdat er in dit woestijngebied niks anders groeit. Na het ontbijt stapten we in onze four-wheel-drive auto's om een driedaagse tocht te gaan maken. Het gebied dat we bezochten is in feite een woestijn. Tel daarbij op dat het op een van de meest afgelegen plekken op aarde ligt, erg koud kan worden, en er vulkanische activiteit is en je hebt een van de meest ongastvrije gebieden op aarde. En toch, geloof het of niet, wonen ook hier mensen. Mensen die proberen iets mee te pikken van de duizenden toeristen die jaarlijks dit onherbergzame, maar prachtige gebied bezoeken. Net zoals de deelnemers aan dit uitwisselingsbezoek proberen in de Heilige Vallei.

Mensen wonen ontzettend afgelegen met weinig tot geen voorzieningen

Ik op de zoutvlakte

We begonnen met een tocht over de wereldberoemde Salar de Uyuni (zoutvlakte). Een werkelijk onwerkelijke ervaring. Heel vreemd om overal om je heen zout te zien. Na enkele uren rijden kwamen we aan bij een dorpje waar we lunchten en na weer een aantal uren bij het dorpje waar we blijven slapen. Ongelofelijk hoe afgelegen die mensen wonen. Ze moeten soms wel vier uur rijden om bij de stad te komen waar ze hun boodschappen kunnen doen! De volgende dag bezochten we een niet interessante ruïne, en reden we door het prachtige landschap naar onze volgende slaapplek. De derde dag was zonder twijfel de mooiste dag van de hele reis. Daarvoor moesten we wel om vier uur al in de auto zitten, maar dan heb je ook wat: geisers, pruttelende modderbaden, thermale baden, vulkanen, heldergroene meren, vicuñas en vooral heel veel prachtige landschappen. Het was wel vreselijk koud. 's Ochtends schatte de chauffeur de temperatuur op ongeveer -15 graden. Ik genoot echter met volle teugen. De wind, het zand, de kou…. het kon me allemaal niks schelen. Ik genoot! Enkele anderen genoten lekker met mij mee, terwijl sommigen stug in de auto bleven zitten.

Mooi vulkanisch landschap, maar het was wel koud!

En net als je denkt aan het einde van de wereld te zijn beland is daar de grenspost van Bolivia. Het meisje met het verlopen identiteitsbewijs en de vrouw met haar kind konden rechtsomkeert maken, want die kwamen Chili niet in.

Grenspost van Bolivia

Verder had niemand problemen en binnen een uur waren we in San Pedro de Atacama. Een vreselijk toeristisch stadje midden in de Chileense woestijn. Ook hier een ongelofelijke wind. Het zand zat inmiddels overal. Als ik kauwde proefde ik zand, als ik mijn neus snoot dan snoot ik zand, er zat zand in mijn oren, kleren en ogen. Gelukkig was het wel een stukje warmer.

Samen met mijn collega en iemand van de groep in Chili

Na nog een nachtbus kwamen we de volgende ochtend aan in Arica. Daar bezochten we een museum over de veldslag die Peru met Chili heeft geleverd en verloren. De kwestie ligt nog steeds gevoelig en her en der hoorde ik mensen uit de groep trots zeggen dat dit alles ooit van Peru was geweest. Na dit korte bezoekje was het weer tijd voor de bus richting Peru. In Tacna aangekomen nam ik afscheid van de groep en spoedde me naar een hotel om me voor het eerst in vier dagen te douchen en te ontdoen van al het zand! Heerlijk. Ik was bijna aan het einde van mijn reis, maar niet voordat ik nog een twintig uur durende busreis had gemaakt naar Lima. Ik was zo uitgeput, dat ik het grootste deel van die twintig uur heb geslapen. Moe maar voldaan kwam ik aan in Lima. Ik weet zeker dat ik nog een keer terug ga naar Bolivia en Chili, want het is er echt prachtig. Gelukkig ben ik hier ook nog wel even!

donderdag 30 juli 2009

Joepie, ik mag het land uit!

Vandaag ben ik maar weer eens langs gegaan bij de vreemdelingenpolitie. Deze keer moest ik speciale permissie aanvragen om het land uit te mogen. Aangezien ik namelijk midden in het proces zit om een werkvergunning te krijgen mag ik officieel het land niet uit. Aanstaande zondag ga ik echter samen met CENFOPAR op uitwisselingsbezoek bij een aantal organisaties in Bolivia en Chili. En dus moest er een speciale toestemming aangevraagd worden.

Na het kopen van een busticket naar Bolivia (wat ik niet ga gebruiken), het invullen van een formulier en het maken van de nodige kopietjes moest ik naar de bank. Deze keer was de mevrouw van de informatiebalie niet zo toegefelijk en moest ik gewoon aansluiten in de normale rij. En gelijk heeft ze natuurlijk. Dus daar stond ik samen met tientallen Peruanen te wachten op mijn beurt. Gelukkig ging het redelijk snel en na precies een half uur wachten stond ik weer buiten.

De permissie was verder zo geregeld. En nu ben ik dus in het bezit van een keurige brief die de douane verzoekt mij alsjeblieft het land te laten verlaten en, niet onbelangrijk, mij ook weer binnen te laten. Bolivia en Chili here I come!

maandag 27 juli 2009

Kkkkkkoud

In Peru is iets vreemds aan de hand met het weer. Het is juli, wat betekent dat we eigenlijk midden in het droge seizoen zitten. En toch begon het ongeveer een week geleden tot ieders verbazing ineens te regenen. En niet eens een klein miezerbuitje, maar een enorme stortbui compleet met windstoten en onweer. "Wat vreemd" zeiden we tegen elkaar op kantoor. Regen in juli is niet echt gebruikelijk. Nog vreemder is dat het sindsdien eigenlijk niet meer opgeklaard is. Zelfs in de Heilige Vallei, waar het normaal gesproken toch een paar graadjes warmer is dan in Cusco is het overdag enorm koud, bewolkt en regenachtig. Echt winterjassen-weer.

Donker, mistig en regenachtig weer tijdens ons bezoek aan Maras

Net als in Nederland wordt er ook hier in Peru flink geklaagd over het weer. Zo'n beetje elk gesprek begint met "¡Que frio!" (wat een kou!). De taxichauffeur, de deelnemers aan de bijeenkomst waar ik vrijdag was, mijn collega's, de dorpsbewoners, de winkelier, allemaal hebben ze het over het weer. De mensen hier beginnen zich inmiddels af te vragen of het natte seizoen misschien vervroegd is ingetreden. Zou het aan de klimaatverandering liggen? Of komt het misschien door de eclips van afgelopen week? Wat het ook is, laten we hopen dat het snel opklaart en het overdag weer lekker warm en zonnig wordt.

vrijdag 24 juli 2009

Leven in Patacancha

Gisteren en eergisteren zijn Barry en ik in Patacancha geweest. Als een soort proeftoerist hebben we het toeristisch project bezocht dat CENFOPAR steunt. Voor mij natuurlijk erg belangrijk, want als ik deze mensen wil helpen moet ik hun toeristisch project natuurlijk wel door en door kennen.

Ondanks dat we eigenlijk maar een dag in Patacancha zijn geweest heb ik me in deze 24 uur verschillende keren verbaasd en verwonderd. Ik realiseerde me eens te meer hoe anders deze mensen leven. Een kleine greep uit mijn indrukken:

  • Op de dieren passen is vaak de verantwoordelijkheid van de kinderen in het gezin. De dieren grazen echter niet in de achtertuin, maar op hoogvlaktes kilometers ver van het dorp. Voor ons is het onbegrijpelijk, maar voor onze gastfamilie de normaalste zaak van de wereld, dat hun 3 kinderen van 3, 4 en 8 jaar oud in hun eentje ergens op de hoogvlakte op de lama's, alpaca's, schapen, koeien en paarden aan het passen zijn. Omdat het vakantie is hoeven ze niet terug naar huis en blijven ze op de hoogvlakte slapen om te voorkomen dat de dieren 's nachts geroofd worden of opgegeten worden door vossen of poema's. Toen ik vroeg wat ze dan eten werd me verteld dat de dochter van 8 prima in staat is een maaltijd te bereiden.
  • Terwijl ik 's nachts met een maillot, broek, hemd, t-shirt, trui en twee paar sokken aan nog lag te bibberen onder mijn 4 dekens slapen deze kinderen dus gewoon ergens op de hoogvlakte. Waarschijnlijk in de open lucht of in een geïmproviseerd tentje. Onbegrijpelijk.
  • De moeder van het gezin bleek trouwens pas 26 jaar te zijn. Vreemd om te bedenken dat iemand van ongeveer mijn leeftijd in Patacancha al getrouwd is, een huishouden runt en 3 kinderen heeft, waarvan de oudste 8 jaar is. Waarschijnlijk is ze dus erg jong getrouwd en zwanger geworden, maar dat is hier eerder regel dan uitzondering. Later die dag kwam een vriendin op bezoek. Ze zag eruit als 17-18, maar had wel al een kind van minimaal anderhalf jaar.
  • Dat er trouwens niet meer ongelukken met kinderen gebeuren is me ook een raadsel. Kinderen hebben in Patacancha op heel jonge leeftijd al vrij veel verantwoordelijkheid en vrijheid. Er wordt lang niet zo goed op de kinderen gelet als in Nederland. Het komt regelmatig voor dat Barry en ik zeer jonge kinderen alleen zien rondlopen of op een stoepje zien zitten (niet alleen in Patacancha, maar ook in Cusco zelf). Daar moet je in Nederland toch niet aan denken. Maar goed, kinderen zijn hier op jonge leeftijd ook wel veel zelfstandiger dan in Nederland. Ik ken geen enkel 8 jarig kind dat zelf in staat is een warme maaltijd te bereiden.
  • En dan die viezigheid. De man van het gezin was samen met zijn buren een huis aan het bouwen. Na een dag hard werken duikt hij waarschijnlijk met deze kleren aan gewoon zijn bed in om de volgende dag op te staan en met dezelfde kleren aan weer aan het werk te gaan. En terwijl ik in de keuken aan het kijken was naar de vrouwen die het eten aan het klaarmaken waren viel me op hoe vaak de rokken worden gebruikt om de handen aan af te vegen. Maar niemand loopt in zulke vieze kleren rond als de kinderen. Truien en jassen zitten vol snot en spuug en broeken vol modder, maar dat schijnt helemaal niet uit te maken. Waarschijnlijk is het toch dweilen met de kraan open om deze kinderen elke dag schone kleren aan te trekken.
  • De vader van het gezin werd bij het bouwen van het huis trouwens geholpen door zijn 11 jarige buurjongen. Deze jongen woont samen met zijn moeder en 3 zussen. Zijn vader was alcoholist (een veel voorkomend probleem in Peru en met name in de hooglanden) en is op een dag gewoon vertrokken. Er is nooit meer iets van hem vernomen. Miguel is dus eigenlijk een beetje de man in huis ondanks zijn 11 jaar. Als een van de mannen hielp hij dapper mee met het bouwen van het huis. Echt een harde werker.
  • De dag erna was Miguel onze gids tijdens een korte wandeling en toen werd toch wel duidelijk dat hij echt nog een kind is. Hij was helemaal onder de indruk van Barry's camera, zakmes en iphone. Hij heeft tientallen foto's van ons gemaakt en keer op keer stelde hij de vraag "en waar is dit voor, en dit…?".
  • Hij stelde ook veel vragen over Nederland. Of we ook koeien hebben. Of we paarden eten. Of er bergen zijn in Nederland. Of er condors vliegen. We legden uit dat Nederland vlak is en aan de zee ligt. Enthousiast liep hij naar een klein poeltje toe en vroeg of de zee er hetzelfde uitziet als dat poeltje. We probeerden uit te leggen dat de zee oneindig groot is, maar ik vraag me af of hij snapte wat we bedoelden. Hij vroeg ook hoe lang het wandelen is van Nederland naar Patacancha. Tja….
  • Als een volleerd bioloog spotte Miguel trouwens de kleinste vogeltjes en kende hij van elk beestje de Quechua naam. Geleerd van zijn moeder. Vervolgens probeerde hij wel tot twee keer toe een vogeltje dood te gooien met een steen om het vogeltje te kunnen eten.
  • Eigenlijk is dat wel begrijpelijk want in Patacancha eet men zelden vlees. Kippen hebben ze eigenlijk niet. Af en toe eten ze vis of cavia, vrijwel altijd als er iets te vieren is. Zoals op onze tweede dag toen gevierd werd dat het dak van het huis af was.

Eigenlijk leven we in twee verschillende werelden. Twee werelden die door het toerisme steeds dichter bij elkaar komen. Ik ben er nog steeds niet uit of dat nou een goede of een slechte ontwikkeling is. De tijd zal het leren.

Jong gezinnetje

Kinderen in vieze kleertjes

Miguel test de camera uit

Kleine man, grote man

donderdag 16 juli 2009

Sorry

Het schrijven van blogberichten is er de afgelopen maand een beetje bij ingeschoten. Dat zullen jullie wel gemerkt hebben. Mijn excuses daarvoor. Om het goed te maken heb ik meteen maar 3 blogberichten geschreven, inclusief een leuk filmpje. Ik beloof dat ik binnenkort ook eens iets over mijn werk zal schrijven.

Parades

Peruanen zijn dol op parades. Ik denk dat er elke dag ergens in Peru wel een parade is. In Cusco is het meestal op zondag raak. En in de gehele maand juni….

Nu moet je bij die parades niet zoiets voorstellen als bij ons met carnaval of het bloemencorso of zo. Eigenlijk zijn er twee soorten parades in Peru. Je hebt het vrolijke type dat bestaat uit dansgroepen begeleid door muziekbandjes. En dan heb je het serieuze type met een meer militair tintje.

Het paraderen wordt al vroeg aangeleerd. Het oefenen van paraderen is een vast onderdeel op de Peruaanse scholen. Ik schiet al in de lach als ik er aan denk dat mijn moeder (basisschoollerares) zou moeten proberen kinderen van 6-7 jaar in een uniform en netjes in rijtjes te krijgen. En dan maar marcheren.

Zoals ik al zei is juni bij uitstek de maand van de parades. In de twee weken voorafgaand aan Inti Raymi, hét festival van het jaar in Cusco, wordt er elke dag geparadeerd. Elke dag is een andere groep aan de beurt variërend van kleuterklassen, tot studenten aan de universiteit en instellingen uit de regio Cusco.

23 juni is de belangrijkste dag. Dan geven alle instellingen, zowel publiek als privaat, acte de presence in de grootste parade van allemaal. Het begint 's ochtends vroeg en de laatste groep passeert rond middernacht de tribune op de Plaza de Armas. Op 23 juni trokken Barry en ik de stoute schoenen aan en liepen we mee in de parade met mijn collega's van CENFOPAR. Allen gekleed in de traditionele kleren van Patacancha, een dorp waar wij veel mee samenwerken. We verzamelden om 4 uur, maar aangezien wij groep 149 waren, moesten we wachten tot 8 uur. Na ongeveer een kwartiertje hupsen door de straten van Cusco was het al weer over. Toen werd het bier aangesleept voor een momentje socializen. Ik heb erg gelachen om met name de mannen van de groep. Terwijl de vrouwen nog redelijk netjes arm in arm van links naar rechts hosten, liepen achter ons de mannen als mieren door elkaar. Wat een zootje ongeregeld was dat.

Ondanks dat ik het paraderen eigenlijk maar stom vind (al die tijd die ermee verloren gaat en al die wegen die ervoor worden afgesloten!) was het wel een hele leuke ervaring om zelf een keer mee te lopen. Voor wie zin heeft om ons een momentje uit te lachen volgen hieronder wat foto's en filmpjes.