vrijdag 24 juli 2009

Leven in Patacancha

Gisteren en eergisteren zijn Barry en ik in Patacancha geweest. Als een soort proeftoerist hebben we het toeristisch project bezocht dat CENFOPAR steunt. Voor mij natuurlijk erg belangrijk, want als ik deze mensen wil helpen moet ik hun toeristisch project natuurlijk wel door en door kennen.

Ondanks dat we eigenlijk maar een dag in Patacancha zijn geweest heb ik me in deze 24 uur verschillende keren verbaasd en verwonderd. Ik realiseerde me eens te meer hoe anders deze mensen leven. Een kleine greep uit mijn indrukken:

  • Op de dieren passen is vaak de verantwoordelijkheid van de kinderen in het gezin. De dieren grazen echter niet in de achtertuin, maar op hoogvlaktes kilometers ver van het dorp. Voor ons is het onbegrijpelijk, maar voor onze gastfamilie de normaalste zaak van de wereld, dat hun 3 kinderen van 3, 4 en 8 jaar oud in hun eentje ergens op de hoogvlakte op de lama's, alpaca's, schapen, koeien en paarden aan het passen zijn. Omdat het vakantie is hoeven ze niet terug naar huis en blijven ze op de hoogvlakte slapen om te voorkomen dat de dieren 's nachts geroofd worden of opgegeten worden door vossen of poema's. Toen ik vroeg wat ze dan eten werd me verteld dat de dochter van 8 prima in staat is een maaltijd te bereiden.
  • Terwijl ik 's nachts met een maillot, broek, hemd, t-shirt, trui en twee paar sokken aan nog lag te bibberen onder mijn 4 dekens slapen deze kinderen dus gewoon ergens op de hoogvlakte. Waarschijnlijk in de open lucht of in een geïmproviseerd tentje. Onbegrijpelijk.
  • De moeder van het gezin bleek trouwens pas 26 jaar te zijn. Vreemd om te bedenken dat iemand van ongeveer mijn leeftijd in Patacancha al getrouwd is, een huishouden runt en 3 kinderen heeft, waarvan de oudste 8 jaar is. Waarschijnlijk is ze dus erg jong getrouwd en zwanger geworden, maar dat is hier eerder regel dan uitzondering. Later die dag kwam een vriendin op bezoek. Ze zag eruit als 17-18, maar had wel al een kind van minimaal anderhalf jaar.
  • Dat er trouwens niet meer ongelukken met kinderen gebeuren is me ook een raadsel. Kinderen hebben in Patacancha op heel jonge leeftijd al vrij veel verantwoordelijkheid en vrijheid. Er wordt lang niet zo goed op de kinderen gelet als in Nederland. Het komt regelmatig voor dat Barry en ik zeer jonge kinderen alleen zien rondlopen of op een stoepje zien zitten (niet alleen in Patacancha, maar ook in Cusco zelf). Daar moet je in Nederland toch niet aan denken. Maar goed, kinderen zijn hier op jonge leeftijd ook wel veel zelfstandiger dan in Nederland. Ik ken geen enkel 8 jarig kind dat zelf in staat is een warme maaltijd te bereiden.
  • En dan die viezigheid. De man van het gezin was samen met zijn buren een huis aan het bouwen. Na een dag hard werken duikt hij waarschijnlijk met deze kleren aan gewoon zijn bed in om de volgende dag op te staan en met dezelfde kleren aan weer aan het werk te gaan. En terwijl ik in de keuken aan het kijken was naar de vrouwen die het eten aan het klaarmaken waren viel me op hoe vaak de rokken worden gebruikt om de handen aan af te vegen. Maar niemand loopt in zulke vieze kleren rond als de kinderen. Truien en jassen zitten vol snot en spuug en broeken vol modder, maar dat schijnt helemaal niet uit te maken. Waarschijnlijk is het toch dweilen met de kraan open om deze kinderen elke dag schone kleren aan te trekken.
  • De vader van het gezin werd bij het bouwen van het huis trouwens geholpen door zijn 11 jarige buurjongen. Deze jongen woont samen met zijn moeder en 3 zussen. Zijn vader was alcoholist (een veel voorkomend probleem in Peru en met name in de hooglanden) en is op een dag gewoon vertrokken. Er is nooit meer iets van hem vernomen. Miguel is dus eigenlijk een beetje de man in huis ondanks zijn 11 jaar. Als een van de mannen hielp hij dapper mee met het bouwen van het huis. Echt een harde werker.
  • De dag erna was Miguel onze gids tijdens een korte wandeling en toen werd toch wel duidelijk dat hij echt nog een kind is. Hij was helemaal onder de indruk van Barry's camera, zakmes en iphone. Hij heeft tientallen foto's van ons gemaakt en keer op keer stelde hij de vraag "en waar is dit voor, en dit…?".
  • Hij stelde ook veel vragen over Nederland. Of we ook koeien hebben. Of we paarden eten. Of er bergen zijn in Nederland. Of er condors vliegen. We legden uit dat Nederland vlak is en aan de zee ligt. Enthousiast liep hij naar een klein poeltje toe en vroeg of de zee er hetzelfde uitziet als dat poeltje. We probeerden uit te leggen dat de zee oneindig groot is, maar ik vraag me af of hij snapte wat we bedoelden. Hij vroeg ook hoe lang het wandelen is van Nederland naar Patacancha. Tja….
  • Als een volleerd bioloog spotte Miguel trouwens de kleinste vogeltjes en kende hij van elk beestje de Quechua naam. Geleerd van zijn moeder. Vervolgens probeerde hij wel tot twee keer toe een vogeltje dood te gooien met een steen om het vogeltje te kunnen eten.
  • Eigenlijk is dat wel begrijpelijk want in Patacancha eet men zelden vlees. Kippen hebben ze eigenlijk niet. Af en toe eten ze vis of cavia, vrijwel altijd als er iets te vieren is. Zoals op onze tweede dag toen gevierd werd dat het dak van het huis af was.

Eigenlijk leven we in twee verschillende werelden. Twee werelden die door het toerisme steeds dichter bij elkaar komen. Ik ben er nog steeds niet uit of dat nou een goede of een slechte ontwikkeling is. De tijd zal het leren.

Jong gezinnetje

Kinderen in vieze kleertjes

Miguel test de camera uit

Kleine man, grote man

donderdag 16 juli 2009

Sorry

Het schrijven van blogberichten is er de afgelopen maand een beetje bij ingeschoten. Dat zullen jullie wel gemerkt hebben. Mijn excuses daarvoor. Om het goed te maken heb ik meteen maar 3 blogberichten geschreven, inclusief een leuk filmpje. Ik beloof dat ik binnenkort ook eens iets over mijn werk zal schrijven.

Parades

Peruanen zijn dol op parades. Ik denk dat er elke dag ergens in Peru wel een parade is. In Cusco is het meestal op zondag raak. En in de gehele maand juni….

Nu moet je bij die parades niet zoiets voorstellen als bij ons met carnaval of het bloemencorso of zo. Eigenlijk zijn er twee soorten parades in Peru. Je hebt het vrolijke type dat bestaat uit dansgroepen begeleid door muziekbandjes. En dan heb je het serieuze type met een meer militair tintje.

Het paraderen wordt al vroeg aangeleerd. Het oefenen van paraderen is een vast onderdeel op de Peruaanse scholen. Ik schiet al in de lach als ik er aan denk dat mijn moeder (basisschoollerares) zou moeten proberen kinderen van 6-7 jaar in een uniform en netjes in rijtjes te krijgen. En dan maar marcheren.

Zoals ik al zei is juni bij uitstek de maand van de parades. In de twee weken voorafgaand aan Inti Raymi, hét festival van het jaar in Cusco, wordt er elke dag geparadeerd. Elke dag is een andere groep aan de beurt variërend van kleuterklassen, tot studenten aan de universiteit en instellingen uit de regio Cusco.

23 juni is de belangrijkste dag. Dan geven alle instellingen, zowel publiek als privaat, acte de presence in de grootste parade van allemaal. Het begint 's ochtends vroeg en de laatste groep passeert rond middernacht de tribune op de Plaza de Armas. Op 23 juni trokken Barry en ik de stoute schoenen aan en liepen we mee in de parade met mijn collega's van CENFOPAR. Allen gekleed in de traditionele kleren van Patacancha, een dorp waar wij veel mee samenwerken. We verzamelden om 4 uur, maar aangezien wij groep 149 waren, moesten we wachten tot 8 uur. Na ongeveer een kwartiertje hupsen door de straten van Cusco was het al weer over. Toen werd het bier aangesleept voor een momentje socializen. Ik heb erg gelachen om met name de mannen van de groep. Terwijl de vrouwen nog redelijk netjes arm in arm van links naar rechts hosten, liepen achter ons de mannen als mieren door elkaar. Wat een zootje ongeregeld was dat.

Ondanks dat ik het paraderen eigenlijk maar stom vind (al die tijd die ermee verloren gaat en al die wegen die ervoor worden afgesloten!) was het wel een hele leuke ervaring om zelf een keer mee te lopen. Voor wie zin heeft om ons een momentje uit te lachen volgen hieronder wat foto's en filmpjes.

Quillabamba

Op maandag 29 juni was het in Peru een nationale feestdag en dus besloten Barry en ik om eens een weekendje ergens naartoe te gaan. De keus viel op Quillabamba, een stad aan de andere kant van de Andes, richting de Amazone.

Op zaterdagochtend vertrokken we in alle vroegte in een bus. Ongeveer een uur later hadden we al ons eerste "ongeluk". We reden over een zandpad (veel te hard natuurlijk) toen er ineens een taxi (ook veel te hard natuurlijk) om de bocht kwam. Ik geloof dat we zijn spiegel eraf reden. Na wat oponthoud gingen we verder.

De route was ontzettend mooi. De bus klimt zichzachend omhoog tot ongeveer 4.300 meter. Het landschap wordt steeds kaler en de bergen met sneeuw worden steeds duidelijker zichtbaar. Vervolgens daalt de bus aan de andere kant van de Andes op dezelfde manier af. Ik was ontzettend verbaasd hoe snel het landschap veranderde. Hoewel we nog steeds op grote hoogte zaten was de andere kant van de berg vrijwel meteen na de top veel groener. De oostflank van de Andes komt uiteindelijk uit in de jungle (de Amazone), maar ik had niet verwacht dat het verschil al zo snel duidelijk zou zijn. Het landschap was ongelofelijk groen. Vooral als je het kale, dorre Cusco gewend bent. Overal stonden bananenbomen, koffieplantages, theeplantages, etc.

Quillabamba zelf stelt eigenlijk niet veel voor. Daar kwamen we snel genoeg achter. Niet een van de restaurantjes in onze twee reisgidsen bestond nog. Uiteindelijk hebben we voor 18 sol (ongeveer 4,25 euro) met zijn tweeën in een lokaal restaurantje ieder een heerlijk kippetje gegeten inclusief een halve liter cola.

Op zondag besloten we naar het zwembad te gaan. We hadden namelijk gehoord dat er in de buurt van Quillabamba een heel mooi zwembad moest zijn. En omdat het in Quillabamba, dat ook wel stad van de eeuwige zomer wordt genoemd, super warm was vonden we dat geen slechte keus. We werden naar het zwembad gebracht net buiten de stad. We moesten welgeteld 10 eurocent entree betalen per persoon. Het complex was erg mooi aangelegd, maar het water was wel een beetje vies. Maar goed, we zijn inmiddels wel wat gewend en dus hebben we de hele dag lekker gezond en gezwommen. Om er vervolgens 's avonds achter te komen dat we die dag ook helemaal lek gestoken waren door kleine, stomme steekvliegjes. Twee weken later hadden we er nog last van.

Die avond kwamen we Suzanne en Jaime tegen die ook in Quillabamba waren. Zij vertelden ons dat we naar het verkeerde zwembad waren gegaan. Maar goed, we hadden nog een dag, dus maandag de tweede poging. Na een tussenstop bij een waterval (die niet veel voorstelde, of hebben wij inmiddels tijdens onze reizen teveel watervallen gezien?) gingen we op weg naar Echerate. Een super klein dorpje dieper de jungle in. De weg was onverhard en het landschap erg mooi. Ik had echt het idee dat we al redelijk in de jungle zaten. Zo anders dan het Peru dat ik ken. De taxi's hier nemen trouwens iedereen mee die ze onderweg kunnen oppikken dus op een gegeven moment zaten we met 7 volwassenen en 1 kind in de taxi (4 voor en 4 achter, het kan echt!). Na een uur kwamen we aan in Echerate, om ons te vergapen aan het belachelijk mooie, schone en grote zwembad om er vervolgens achter te komen dat het gesloten was vanwege de feestdag. Argggggg!! Nou ja, de reis ernaartoe was mooi zullen we maar zeggen. Na nog ongeveer een uur gewacht te hebben in dit super kleine dorpje hadden we eindelijk transport voor de terugreis en in een rotvaart reden we terug naar Quillabamba. Daar vonden we het eigenlijk wel mooi geweest en besloten we ons al gekochte ticket voor de nachtbus weg te gooien en de 6 uur durende reis naar Cusco eerder aan te vangen.

Ondanks dat het weekend anders liep dan gepland (een dicht zwembad en tientallen jeukende bultjes van steekvliegjes plan je niet echt) was het zeker de moeite waard, alleen al omdat de omgeving zo anders was dan in Cusco.

Van het kastje naar de muur

Ooit heeft een Nederlandse wetenschapper geprobeerd om aan de hand van een aantal dimensies culturen van elkaar te onderscheiden. Een van de dimensies die hij gebruikte heet onzekerheidsvermijding. Deze dimensie meet de mate waarin mensen zich op hun gemak of ongemak voelen in onzekere en ongestructureerde situaties. Culturen die hoog scoren op deze dimensie proberen onzekerheid te vermijden of verminderen door gebruik te maken van regelgeving, procedures en rituelen. Peru scoort zeer, zeer hoog … en dat heb ik gemerkt ook!!!

De keerzijde van al die regels en procedures is namelijk bureaucratisering. Wie dacht dat Nederland een bureaucratisch land is moet eens naar Peru komen! Ik ben nu 5 maanden hier en nu pas begint er schot te komen in mijn visum procedure.

Een helaas niet zo kort overzicht van wat ik tot nu toe heb moeten doen:

  • Aanvragen van speciale permissie om met mijn toeristenvisum een arbeidscontract te mogen tekenen; dat wil zeggen: het verrichten van twee betalingen, het invullen van een formulier en het kopiëren van mijn paspoort
  • Het tekenen van een arbeidscontract bij CENFOPAR
  • Het laten goedkeuren van dat contract bij het ministerie van werkgelegenheid. Hiervoor heb ik een heel boekwerk aan papieren in moeten leveren: een aanvraagformulier van mijn organisatie, twee andere verklaringen van mijn organisatie, een aanvraagformulier van mijzelf, een gelegaliseerde kopie van mijn diploma's, een vertaling van mijn diploma's door een erkend vertaler, een gelegaliseerde kopie van mijn paspoort en mijn contract in drievoud.
  • Het aanvragen van een soort verblijfsvergunning en inschrijving in een soort bevolkingsregister, waarvoor ik 2 aanvraagformulieren moest invullen, een gelegaliseerde kopie van mijn contract, paspoort en de goedkeuring van het ministerie van werkgelegenheid moest toevoegen, drie betalingen moest verrichten en toen van alles nog een kopie moest maken.

En ongetwijfeld ben ik nu nog dingen vergeten. Ik ben inmiddels helemaal dol van alle formulieren, betalingen, kopietjes, etc. Mijn papieren zijn nu eindelijk ingeleverd, dus nu is het afwachten geblazen. Over ongeveer anderhalf tot 2 maanden kan ik naar Lima om mijn pasje op te halen (soort verblijfsvergunning). Dat klinkt alsof ik dan gewoon naar een balie moet waar mijn pasje ligt, maar in Peru gaat dat natuurlijk niet zo makkelijk. Er is mij dan ook verteld dat ik minimaal 5 werkdagen (!) moet uittrekken voor het ophalen van het pasje. Voordat ik dat kan doen moet ik namelijk nog een uittreksel gaan halen bij Interpol (want tja, ik zou toch eens internationaal gezocht worden ;), een foto laten maken van mijn gebit, me inschrijven in het bevolkingsregister en vast nog een hele hoop formulieren invullen, betalingen verrichten en kopietjes maken.

Bovendien mag ik nu officieel het land niet meer uit, maar begin augustus moet dat eigenlijk wel, want dan gaan we met het werk op uitwisselingsbezoek in Bolivia en misschien Chili. Je raad het al, ook hiervoor moet ik speciale permissie aanvragen (d.w.z. nog meer formulieren, betalingen, kopietjes, arggggggg….) en een verklaring van de belasting invullen (want tja, ik zal eens het land ontvluchten zonder belasting betaald te hebben ;)

Ach ja, zo blijf je bezig zullen we maar zeggen. En gelukkig zijn de ambtenaren tot nu toe erg vriendelijk. Ik heb nog niet het gevoel gehad dat er iets van me verwacht werd in de zin van smeergeld of zo. Wie weet is dat in Lima anders. Er was trouwens wel een ambtenaar die vroeg of ik hem even deskundig advies kon geven over een toeristisch bedrijfje dat hij aan het opzetten was. Toen voelde ik me wel ongemakkelijk, maar na wat vriendelijk lachen en het veinzen van acuut onbegrip van de Spaanse taal, ging hij weer gewoon verder met mijn papieren.

Ik denk dat ik een feestje ga geven als ik eindelijk al mijn papieren heb. Jullie zijn dan natuurlijk allemaal van harte uitgenodigd!!

zondag 14 juni 2009

Qoyllur Riti

Na de wat serieuze en droevige verhalen van de afgelopen week is het nu tijd voor iets vrolijkers en luchtigers. Vorig weekend ben ik samen met Suzanne en Jaime (2 vrienden uit Cusco) naar het religieuze festival Qoyllur Riti geweest. Ik had er weinig over gehoord en gelezen en wist er dus niet zoveel van af behalve dat het prachtig moest zijn. En dat was het zeker! Het festival heeft al mijn verwachtingen overtroffen en het is beslist een van de mooiste dingen die ik ooit heb gezien.

Qoyllur Riti is eigenlijk een bizar festival. Ik begrijp er nog steeds het fijne niet van, maar misschien is dat juist de charme ervan. Het festival duurt 3 dagen en begint met een pelgrimstocht naar de plek waar in 1783 een afbeelding van Christus zou zijn verschenen. Gedurende de drie dagen wordt er op deze plek gedanst, gezongen en gebeden. Er zijn kerkdiensten, mensen branden kaarsjes en staan uren in de rij om de kerk in te kunnen. Het festival heeft dus een erg christelijk karakter. Toch bestond het festival waarschijnlijk al lang voordat in 1783 christus zou zijn verschenen. Alleen draaide het festival toen niet om christus, maar om de 'apus' (de berggoden). Ook dat element zie je tegenwoordig nog sterk terug. Met name op de derde dag, de belangrijkste dag van het festival, wanneer de mensen de gletsjer beklimmen, er rituelen uitvoeren en terugkeren met blokken ijs die dienen als heilig water. Het festival draait dus zeker ook om het aanbidden en zoet houden van de apus. Een duidelijkere mix tussen het christelijk geloof en het geloof in natuurgoden is nauwelijks denkbaar.

Het festival wordt jaarlijks door duizenden indigenas bezocht. Het schijnt dat sommigen zelfs uit Bolivia, Chili en Ecuador komen. Naast de indigenas wordt het festival ook bezocht door enkele tientallen toeristen, waaronder dus wij.

Om zes uur vertrokken we in een busje vanaf Cusco naar het dorpje Mawayani, het beginpunt van de pelgrimstocht gelegen op 4.600 m. hoogte. De omgeving onderweg was prachtig, maar daar hebben we alle drie weinig van meegekregen omdat we heerlijk lagen te slapen. Het dorpje Mawayani is normaal gesproken redelijk uitgestorven, maar nu krioelde het er van de bussen, auto's, kraampjes, mensen en dieren. Rond 9 uur begonnen we aan de pelgrimstocht. Meteen werden we ingehaald door een van de honderden groepen die jaarlijks deze tocht maken. Elke groep wordt begeleid door een muziekband en dus liepen we met een traditioneel muziekje op de achtergrond omhoog. Ik vind het trouwens ongelofelijk dat deze mensen op deze hoogte al wandelend een fluit kunnen bespelen. Het eerste deel van de tocht was ontzettend steil en ik kwam al snel nauwelijks meer vooruit. Gelukkig hoefden we alleen in het begin te stijgen en was de route daarna redelijk vlak.

De pelgrimstocht voert langs een aantal kruizen en bij elk kruis stoppen de groepen en voeren ze een ritueel uit. Erg mooi en bijzonder om te zien. Bij elk van de kruizen besloten wij, net als de pelgrims, even een moment uit te rusten en van het spektakel, de mensen en het uitzicht te genieten.

Hoe langer we liepen, hoe drukker het werd. Uiteindelijk liepen we bijna in file omhoog. En de hele tijd werden we begeleid door muziek en zang van de tientallen groepen om ons heen. Echt prachtig.

Tegen het einde leek het wel alsof mijn rugzak twee keer zo zwaar was geworden en of mijn hart uit mijn lijf bonkte, maar na 5 uur lopen kwamen dan toch aan bij het heiligdom op ongeveer 4.800 m. hoogte. De eerste aanblik van het terrein was ronduit indrukwekkend. Duizenden en duizenden mensen waren voor ons al aangekomen en er stonden overal tentjes.

We besloten eerst even wat te gaan eten bij een van de vele eettentjes. Ik vind het echt onbegrijpelijk hoe die mensen van die eettentjes erin zijn geslaagd om complete gasfornuizen, gasflessen, zakken aardappels, bankjes, varkenskadavers, en enorme pannen mee naar boven te nemen. Er moet echt een heel leger paarden aan te pas zijn gekomen om al die spullen op die plek te krijgen. Na het eten zochten we een plekje voor onze tentjes en zetten we onze tentjes op. Inmiddels was het al redelijk laat en werd het steeds kouder. 's Avonds hebben we nog even rondgelopen op het terrein en ons vergaapt aan de vele dansgroepen, de honderden brandende kaarsjes, en de duizenden toeschouwers. De energie en toewijding van de mensen op die plek is echt niet te beschrijven. Vanuit onze tentjes hebben we later op de avond nog een tijdje genoten van het uitzicht op het terrein en de enorme kakofonie aan muziek, zang en geroep.

Rond een uur of negen vielen we bijna om van de slaap en besloten we onze slaapzakken in te duiken. Met kleren aan welteverstaan, want het kwik was inmiddels onder nul gedaald en het was pas negen uur. Ik had een maillot aan, een gevoerde broek, 2 paar sokken en een paar oversokken, 2 t-shirts, een trui, 2 fleece vesten, een muts en handschoenen en zo ben ik mijn slaapzak ingedoken. Echt lekker heb ik trouwens niet geslapen, want ik rolde heel de tijd naar de zijkant, had het af en toe toch nog koud en op de achtergrond klonk de hele nacht door muziek, zang en vuurwerk. Toen ik om 5 uur 's ochtends mijn tent uitkroop had ik het idee dat mijn handen ter plekke bevroren. Ik was verbaasd te zien dat om onze tentjes heen mensen in deze kou gewoon in de buitenlucht sliepen onder wat dekens en soms een stuk plastic.

Omdat ik toch niet meer kon slapen ben ik maar op een steen naast mijn tentje gaan zitten om te genieten van het uitzicht. Om half 6 's ochtends stonden er alweer (of nog steeds) honderden mensen en dansgroepen in de rij om de kerk in te mogen. Rond een uur of zes bleek dat wij onze tentjes hadden opgezet op een plek die eigenlijk van anderen was (omdat zij de plek vlak hadden gemaakt?!) en dus moesten in allerijl onze tentjes worden afgebroken.

We besloten te gaan ontbijten en betaalden de mensen van het eettentje wat om de rest van de ochtend op onze tassen te letten. Inmiddels was de zon gaan schijnen en werd het steeds warmer. Het is echt onbegrijpelijk dat je 's nachts bijna doodvriest terwijl je overdag bij wijze van spreken in een t-shirtje rond zou kunnen lopen. Tijdens onze wandeling over het terrein kwamen we op een plek waar nog een belangrijk aspect van het festival ten uitvoer werd gebracht. Honderden mensen waren namelijk bezig met het bouwen van kleine huisjes van stenen. Die werden vervolgens ingewijd met een vuurwerkrotje en een nepkoopakte, ondertekend door een nepnotaris. Mensen hier geloven namelijk dat ze door dingen te simuleren en door te bidden tot de señor de Qoyllur Riti het geluk over zich kunnen afroepen. Wil je volgend jaar graag een nieuw huis, dan bouw je hier een huisje van stenen. Wil je volgend jaar trouwen dan simuleer je hier de trouwceremonie. Wil je graag een auto dan koop je een van de vele speelgoedautootjes bij de kraampjes. En wil je graag rijk zijn dan koop je nepgeld, in soles of dollars verkrijgbaar. Het leek wel alsof alle volwassenen ter plekke kind waren geworden. Prachtig om te zien.

Rond het middaguur besloten we de terugweg aan te vangen. Deze keer met onze rugzakken op een paard, want we hadden geen zin meer om nog een keer onze spullen zelf te moeten dragen. Helaas hebben we de derde dag van het festival moeten missen, maar deze twee dagen waren al mooier dan ik ooit had gedacht. Ik ben erg onder de indruk van de devotie, energie en kracht van al die duizenden pelgrims. Het mooie is dat we in die twee dagen misschien een dertigtal toeristen hebben gezien tegenover duizenden indigenas. Dat bewijst maar weer dat dit festival nog authentiek is. Het is écht en wordt niet in stand gehouden of opgezet voor toeristen, zoals zoveel van de festivals in Cusco. Een ervaring om nooit te vergeten. Volgend jaar ga ik zeker weer, maar dan samen met Barry.

Het filmpje hieronder geeft een goed beeld van het festival. Probeer niet te letten op de irritante voice over en geniet van de beelden.


Spanglish

In Nederland heb je het boekje "I always get my sin", vol met voorbeelden van fout gebruik van het Engels door Nederlanders. Dit wordt ook wel Dinglish genoemd. In het Spaans heb je Spanglish, oftewel fout gebruik van het Engels door Spaanstaligen. Hieronder een mooi voorbeeld:

In het Spaans: kamers/ruimtes (locales) te huur.

In het Engels: lokale mensen (locals) te huur.

dinsdag 9 juni 2009

Bloedbad in de Peruaanse Amazone

In de Peruaanse Amazone zijn al wekenlang meer dan 30.000 inheemse mensen in opstand tegen de regering. Een vreedzame opstand welteverstaan. Tot afgelopen vrijdagochtend…

Toen besloot de Peruaanse regering namelijk dat het maar eens afgelopen moest zijn met de stakingen en wegblokkades. Helaas is de politie in Peru niet zo vreedzaam als de inheemse demonstranten. Met harde hand, dat wil zeggen door te schieten op de demonstranten, zijn de wegen ontruimd, met als gevolg tientallen doden. Het officiële dodenaantal is niet bekend; verschillende bronnen spreken elkaar wat dat betreft tegen, uiteraard afhankelijk van hun standpunt in het conflict. Vlak na de confrontatie tussen de politie en de demonstranten meldde de regering dat er 9 heldhaftige politieagenten waren gestorven en slechts 3 demonstranten. Later werd gesproken over 22 gesneuvelde agenten en 9 burgerslachtoffers. Het lijkt alsof de regering (en de officiële media!) de situatie rooskleuriger wil laten lijken dan hij is, want vanuit het gebied zelf kwamen al snel berichten over veel meer burgerslachtoffers. Minstens 25 inheemsen zouden zijn gedood en later op de dag werd door sommige bronnen zelfs gesproken over 40-84 doden. Daarnaast zijn er meer dan honderd gewonden, waaronder minstens 3 kinderen met schotwonden. Het ziekenhuis van Bagua (de plaats van de confrontatie) is inmiddels gesloten omdat ze de stroom gewonden niet meer aankan.

Ooggetuigenverslagen (waaronder het verslag van 2 Belgische vrijwilligers die toevallig ter plekke waren) doet vermoeden dat de politie vanuit helikopters gericht op de menigte demonstranten heeft geschoten. Een medewerker van Amazone Watch meldt dat op radiofragmenten van de politie te horen is dat het bevel wordt gegeven "shoot the dogs in the head". De politie zegt dat de inheemsen begonnen met schieten en het hun taak is de orde te herstellen. Leiders van de inheemse bevolkingsgroepen spreken dit tegen en zeggen dat de demonstranten slechts gewapend waren met hun traditionele speren. Waarschijnlijk klopt dat verhaal ook niet helemaal, want er zijn wel degelijk ook agenten neergeschoten. Feit blijft dat er buitensporig veel geweld is gebruikt door de Peruaanse oproerpolitie, wat uitermate verwerpelijk is. Ook zijn er geruchten dat de politie lijken van inheemsen in de rivier dumpt, verbrandt of meeneemt om het dodenaantal te drukken. Meer dan 70 demonstranten zijn gearresteerd, waaronder verschillende minderjarigen volgens Amnesty International. Voor hun lot wordt gevreesd, omdat niemand weet waar ze zijn. Op dit moment is het geweld gestopt, maar de situatie is gespannen. In het gehele departement Chachapoyas geldt op dit moment de noodtoestand.

De leider van de inheemse bevolkingsgroepen Alberto Pizango was in Lima op het moment van de confrontatie. Direct na het bloedbad heeft hij een persconferentie gegeven waarin hij president Alan Garcia en zijn regering beschuldigt van genocide. Vrijwel meteen werd er een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Pizango. Hij wordt beschuldigd van het aanzetten tot geweld, samenzwering en rebellie. Pizango heeft volgens Amazone Watch echter nooit geweld nagestreeft en er juist altijd voor gezorgd dat de verschillende inheemse bevolkingsgroepen samen een vreedzaam protest voerden. Pizango heeft inmiddels zijn toevlucht gezocht tot de Nicaraguaanse ambassade die hem asiel heeft verleend.

De inzet van het conflict is een aantal decreten (nooit goedgekeurd door het congres) die het de regering makkelijker maakt stukken regenwoud te verkopen aan multinationale bedrijven zonder daarvoor de inheemse bevolking te raadplegen. Deze decreten vormen onderdeel van het Vrijhandelsverdrag dat Peru vorig jaar heeft gesloten met de VS. De decreten druisen echter in tegen de Peruaanse grondwet waarin staat dat inheemse bevolkingsgroepen inspraak horen te hebben in beslissingen omtrent hun woon- en leefgebied. Ook ILO verdrag 169 en de Verklaring van Inheemse Volkeren van de Verenigde Naties, beide onderschreven door de Peruaanse regering, erkennen dit recht van inheemsen. De inheemse bevolkingsgroepen willen dan ook dat deze decreten worden teruggedraaid.

President Alan Garcia, een enorme voorstander van vrije handel, wil hier echter niks van weten en rechtvaardigt het optreden van de politie door te zeggen dat "de demonstranten niet moeten denken dat de Amazone van een stelletje inheemsen is; de Amazone is van alle Peruanen" en dat "40.000 inheemsen niet het recht hebben 28 miljoen Peruanen toegang tot hun land te ontzeggen; doen ze dat wel dan zal Peru verworden tot een achtergesteld, primitief land". Hij vergeet alleen even dat de Amazone niet verkocht wordt aan Peruanen, maar aan buitenlandse investeerders die erg rijk gaan worden van alle olie, gas en mineralen die ze daar gaan ontginnen en die daarnaast waarschijnlijk, net als vrijwel alle mijnen in Peru, het milieu gaan vervuilen. Garcia stelt daarnaast dat er sprake is van een complot tegen zijn regering waar de linkse presidenten Hugo Chavez van Venezuela en Evo Morales van Bolivia bij betrokken zouden zijn.

Tientallen organisaties uit binnen- en buitenland hebben inmiddels hun bezorgdheid geuit over het buitensporige geweld van de Peruaanse politie en roepen op tot een stop van het geweld, het respecteren van de mensenrechten, een onafhankelijk onderzoek naar het bloedbad, het straffen van de schuldigen en een dialoog tussen de regering en de inheemsen.

Ik kan me enorm opwinden over dit soort situaties. Het is zo frustrerend en oneerlijk. Net als mijn vorige verhaal over de kinderen die de Peruaanse regering letterlijk in de kou laat staan toont ook dit verhaal weer hoezeer de centrale regering en elite in Lima ontvreemd is van de rest van het land. Ze gaan letterlijk over lijken.

Hieronder volgt een uitermate helder en compleet beeldverslag in het Engels over de confrontatie en de achtergronden van het conflict:



Voor foto's van de confrontatie (genomen door de Vlaamse vrijwilligers) klik hier. Let op: sommige beelden zijn schokkend.

En wil je iets doen tegen al dit onrecht (en dat wil je natuurlijk na het lezen van dit verhaal) schrijf dan een brief aan president Alan Garcia. Onderteken simpelweg de voorbeeldbrief op de website van Amazone Watch. Zie hier.

dinsdag 2 juni 2009

De Peruaanse griep?

Net als in Nederland is de Mexicaanse griep in Peru een belangrijk onderwerp van het nieuws. Elke dag staat er wel een bericht in de krant en er worden vele minuten van het journaal aan gewijd. Inmiddels zijn er 41 bevestigde gevallen, niemand is er nog aan overleden. Overtrokken? Misschien niet, de Mexicaanse griep is immers een gevaar voor de volksgezondheid. Maar het is wel wrang als je beseft dat er in de media nauwelijks wordt gerept over de inmiddels 133 kinderen die zijn overleden aan de gewone griep en longontsteking als gevolg van de enorme kou in de hooglanden.

Elk jaar rond deze tijd daalt de temperatuur in de hooglanden. Overdag schijnt de zon fel en kan het zomers warm worden, maar 's avonds daalt de temperatuur aanzienlijk. Inmiddels zijn in de hooglanden van Cusco, Puno en Arequipa temperaturen gemeten van tussen de -15 en -20 graden. En het Peruaanse winterseizoen is pas net begonnen!

Nou is een nachtelijke temperatuur van -15 graden niet zo erg als je lekker onder je dekbed ligt in een kamer met centrale verwarming en dubbele beglazing. Maar deze mensen wonen in lemen huisjes, met slecht sluitende deuren en ramen en uiteraard geen verwarming. De plaatjes van jongens en meisjes in traditionele kleding zien er natuurlijk mooi uit, maar geven ook meteen weer dat de kinderen totaal niet gekleed zijn op de kou. Het dragen van sandalen, rokken en vestjes in plaats van schoenen, broeken en winterjassen is eerder regel dan uitzondering. Op de foto's van hun schattige gezichtjes is duidelijk te zien wat de kou met hen doet: korsten op de wangen en neuzen vol met snot.

Meisje gekleed in vestje, rok (gelukkig met maillot eronder) en sandalen

Korstjes op de wangen en snot in de neus door de kou

In Nederland ga je niet zo snel dood aan griep of longontsteking. Mensen die in ons land, of welk anders Westers land dan ook, sterven aan dit soort ziektes hebben vaak al onderliggende gezondheidsproblemen. En dat is precies wat er met deze kinderen ook aan de hand is. De mensen die in de hooglanden wonen behoren tot de armsten van Peru. Veel kinderen zijn chronisch ondervoed en hebben daardoor een zwak immuunsysteem. Een griepje is dan al snel fataal. Daar komt nog bij dat men geen geld heeft om naar een dokter te gaan. Besluiten om naar een dokter te gaan gebeurt meestal pas als de situatie echt ernstig is en dan is het vaak al te laat.

Nu is de kou, hoewel dit jaar wellicht iets ernstiger dan andere jaren, een seizoensverschijnsel, dus je zou denken en verwachten dat de Peruaanse regering erop voorbereid is en voorzorgsmaatregelen neemt. Dat zou je inderdaad denken, maar niets is minder waar. De afgelopen vier jaar is het sterftecijfer van kinderen door de kou alleen maar toegenomen. Voor de regio Puno waren dit jaar 12.000 vaccins voor longontsteking en 4.000 griepprikken voor kinderen beschikbaar gesteld, maar slechts 10% daarvan is gebruikt. Veel mensen hebben nog altijd nauwelijks toegang tot gezondheidsvoorzieningen, simpelweg omdat ze te afgelegen wonen. Bovendien zijn de gezondheidscentra in de hooglanden van Peru van zeer slechte kwaliteit. Vaak beschikken ze maar over enkele gezondheidswerkers en hebben ze een gebrek aan bijna alles. Veel van de centra kunnen een simpele longontsteking niet eens behandelen.

Ondertussen zijn in het land inzamelingsacties van geld en kleren opgestart. Hoewel het natuurlijk goede initiatieven zijn hebben de mensen in de hooglanden geen baat bij jaarlijkse noodhulp in de vorm van kleren en dekens. Waar de mensen echt behoefte aan hebben is een structurele verbetering van de gezondheidszorg en preventie maatregelen!

Dit verhaal is illustratief voor de structurele armoede en uitsluiting van de inheemse Andes bevolking en waar dat toe leidt. Of, zoals een Peruaanse blogger schrijft: "In the end, what kills the most in this country, are not diseases, it is indifference".

Voor meer informatie zie hier (in het Engels).

Ik wil er trouwens even bij zeggen dat het hier echt gaat over de hooglanden (gebieden van rond en boven de 4.000 m). In Cusco is het 's avonds ook koud, maar gelukkig vriest het nog niet. En in Urubamba, dat een stuk lager en in een vallei ligt, is het helemaal niet zo koud.

maandag 1 juni 2009

De Peruaanse Stichting Aap

Vorig weekend wilden Barry en ik eigenlijk iets leuks gaan doen voor mijn verjaardag, maar het kwam er niet echt van. Zaterdagavond wel gezellig iets gedronken met zijn zessen (tja, we kennen nog niet echt veel mensen) in een bar waar op dat moment toevallig een leuk bandje speelde, maar overdag kwamen we niet veel verder dan door de stad lopen en de twee Topitop winkels van Cusco bezoeken. Nou is de Topitop een soort H&M, dus voor mij eigenlijk wel een uitje, maar om nou het hele weekend in de Topitop rond te hangen is ook zoiets (alhoewel?).

We wisten alleen echt niet wat we konden gaan doen. In de omgeving van Cusco heb ik de belangrijkste bezienswaardigheden al gezien toen ik hier de vorige keer was en al het overige is te ver weg om in twee dagen te kunnen bezoeken. Gelukkig kwam Walter (Nederlandse kennis van ons) met het idee om een dierenopvangcentrum te bezoeken. De meesten van jullie weten wel dat ik erg van dieren hou dus dit voorstel kwam als geroepen.

Nieuwsgierige schildpad

Het bleek om een soort Peruaanse Stichting Aap te gaan. Het centrum zet zich in om verwaarloosde en mishandelde dieren in beslag te nemen en een beter leven te geven. Zo hebben ze twee poema's die in een disco in Lima gedrogeerd werden zodat bezoekers met ze op de foto konden. De verzorger vertelde dat de poema's ontwenningsverschijnselen hadden toen ze pas in het opvangcentrum waren. Ook hebben ze drie condors. Twee van de condors waren vergiftigd, de derde is in beslag genomen in de provincie Ayacucho waar condors vastgebonden worden op de rug van stieren om een aparte versie van het stierenvechten te houden (de stier stelt de Spanjaard voor, de condor de Inca).

Verwaarloosde Peruaanse naakthond
Dat hij geen haar heeft komt dus niet door verwaarlozing, zo zien ze er gewoon uit. Mooi van lelijkheid

Verder heeft het centrum twee hertjes, enkele ganzen, een schaap, schildpad, een groep papegaaien en een aantal spuuggrage lama's en alpaca's (wat Barry aan den lijve ondervond). Het centrum is niet groot en vrij primitief, maar wat een prachtig initiatief!

Iemand een idee hoe dit schattige beestje heet?
Let ook eens op zijn misvormde achterpootjes