dinsdag 9 juni 2009

Bloedbad in de Peruaanse Amazone

In de Peruaanse Amazone zijn al wekenlang meer dan 30.000 inheemse mensen in opstand tegen de regering. Een vreedzame opstand welteverstaan. Tot afgelopen vrijdagochtend…

Toen besloot de Peruaanse regering namelijk dat het maar eens afgelopen moest zijn met de stakingen en wegblokkades. Helaas is de politie in Peru niet zo vreedzaam als de inheemse demonstranten. Met harde hand, dat wil zeggen door te schieten op de demonstranten, zijn de wegen ontruimd, met als gevolg tientallen doden. Het officiële dodenaantal is niet bekend; verschillende bronnen spreken elkaar wat dat betreft tegen, uiteraard afhankelijk van hun standpunt in het conflict. Vlak na de confrontatie tussen de politie en de demonstranten meldde de regering dat er 9 heldhaftige politieagenten waren gestorven en slechts 3 demonstranten. Later werd gesproken over 22 gesneuvelde agenten en 9 burgerslachtoffers. Het lijkt alsof de regering (en de officiële media!) de situatie rooskleuriger wil laten lijken dan hij is, want vanuit het gebied zelf kwamen al snel berichten over veel meer burgerslachtoffers. Minstens 25 inheemsen zouden zijn gedood en later op de dag werd door sommige bronnen zelfs gesproken over 40-84 doden. Daarnaast zijn er meer dan honderd gewonden, waaronder minstens 3 kinderen met schotwonden. Het ziekenhuis van Bagua (de plaats van de confrontatie) is inmiddels gesloten omdat ze de stroom gewonden niet meer aankan.

Ooggetuigenverslagen (waaronder het verslag van 2 Belgische vrijwilligers die toevallig ter plekke waren) doet vermoeden dat de politie vanuit helikopters gericht op de menigte demonstranten heeft geschoten. Een medewerker van Amazone Watch meldt dat op radiofragmenten van de politie te horen is dat het bevel wordt gegeven "shoot the dogs in the head". De politie zegt dat de inheemsen begonnen met schieten en het hun taak is de orde te herstellen. Leiders van de inheemse bevolkingsgroepen spreken dit tegen en zeggen dat de demonstranten slechts gewapend waren met hun traditionele speren. Waarschijnlijk klopt dat verhaal ook niet helemaal, want er zijn wel degelijk ook agenten neergeschoten. Feit blijft dat er buitensporig veel geweld is gebruikt door de Peruaanse oproerpolitie, wat uitermate verwerpelijk is. Ook zijn er geruchten dat de politie lijken van inheemsen in de rivier dumpt, verbrandt of meeneemt om het dodenaantal te drukken. Meer dan 70 demonstranten zijn gearresteerd, waaronder verschillende minderjarigen volgens Amnesty International. Voor hun lot wordt gevreesd, omdat niemand weet waar ze zijn. Op dit moment is het geweld gestopt, maar de situatie is gespannen. In het gehele departement Chachapoyas geldt op dit moment de noodtoestand.

De leider van de inheemse bevolkingsgroepen Alberto Pizango was in Lima op het moment van de confrontatie. Direct na het bloedbad heeft hij een persconferentie gegeven waarin hij president Alan Garcia en zijn regering beschuldigt van genocide. Vrijwel meteen werd er een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Pizango. Hij wordt beschuldigd van het aanzetten tot geweld, samenzwering en rebellie. Pizango heeft volgens Amazone Watch echter nooit geweld nagestreeft en er juist altijd voor gezorgd dat de verschillende inheemse bevolkingsgroepen samen een vreedzaam protest voerden. Pizango heeft inmiddels zijn toevlucht gezocht tot de Nicaraguaanse ambassade die hem asiel heeft verleend.

De inzet van het conflict is een aantal decreten (nooit goedgekeurd door het congres) die het de regering makkelijker maakt stukken regenwoud te verkopen aan multinationale bedrijven zonder daarvoor de inheemse bevolking te raadplegen. Deze decreten vormen onderdeel van het Vrijhandelsverdrag dat Peru vorig jaar heeft gesloten met de VS. De decreten druisen echter in tegen de Peruaanse grondwet waarin staat dat inheemse bevolkingsgroepen inspraak horen te hebben in beslissingen omtrent hun woon- en leefgebied. Ook ILO verdrag 169 en de Verklaring van Inheemse Volkeren van de Verenigde Naties, beide onderschreven door de Peruaanse regering, erkennen dit recht van inheemsen. De inheemse bevolkingsgroepen willen dan ook dat deze decreten worden teruggedraaid.

President Alan Garcia, een enorme voorstander van vrije handel, wil hier echter niks van weten en rechtvaardigt het optreden van de politie door te zeggen dat "de demonstranten niet moeten denken dat de Amazone van een stelletje inheemsen is; de Amazone is van alle Peruanen" en dat "40.000 inheemsen niet het recht hebben 28 miljoen Peruanen toegang tot hun land te ontzeggen; doen ze dat wel dan zal Peru verworden tot een achtergesteld, primitief land". Hij vergeet alleen even dat de Amazone niet verkocht wordt aan Peruanen, maar aan buitenlandse investeerders die erg rijk gaan worden van alle olie, gas en mineralen die ze daar gaan ontginnen en die daarnaast waarschijnlijk, net als vrijwel alle mijnen in Peru, het milieu gaan vervuilen. Garcia stelt daarnaast dat er sprake is van een complot tegen zijn regering waar de linkse presidenten Hugo Chavez van Venezuela en Evo Morales van Bolivia bij betrokken zouden zijn.

Tientallen organisaties uit binnen- en buitenland hebben inmiddels hun bezorgdheid geuit over het buitensporige geweld van de Peruaanse politie en roepen op tot een stop van het geweld, het respecteren van de mensenrechten, een onafhankelijk onderzoek naar het bloedbad, het straffen van de schuldigen en een dialoog tussen de regering en de inheemsen.

Ik kan me enorm opwinden over dit soort situaties. Het is zo frustrerend en oneerlijk. Net als mijn vorige verhaal over de kinderen die de Peruaanse regering letterlijk in de kou laat staan toont ook dit verhaal weer hoezeer de centrale regering en elite in Lima ontvreemd is van de rest van het land. Ze gaan letterlijk over lijken.

Hieronder volgt een uitermate helder en compleet beeldverslag in het Engels over de confrontatie en de achtergronden van het conflict:



Voor foto's van de confrontatie (genomen door de Vlaamse vrijwilligers) klik hier. Let op: sommige beelden zijn schokkend.

En wil je iets doen tegen al dit onrecht (en dat wil je natuurlijk na het lezen van dit verhaal) schrijf dan een brief aan president Alan Garcia. Onderteken simpelweg de voorbeeldbrief op de website van Amazone Watch. Zie hier.

dinsdag 2 juni 2009

De Peruaanse griep?

Net als in Nederland is de Mexicaanse griep in Peru een belangrijk onderwerp van het nieuws. Elke dag staat er wel een bericht in de krant en er worden vele minuten van het journaal aan gewijd. Inmiddels zijn er 41 bevestigde gevallen, niemand is er nog aan overleden. Overtrokken? Misschien niet, de Mexicaanse griep is immers een gevaar voor de volksgezondheid. Maar het is wel wrang als je beseft dat er in de media nauwelijks wordt gerept over de inmiddels 133 kinderen die zijn overleden aan de gewone griep en longontsteking als gevolg van de enorme kou in de hooglanden.

Elk jaar rond deze tijd daalt de temperatuur in de hooglanden. Overdag schijnt de zon fel en kan het zomers warm worden, maar 's avonds daalt de temperatuur aanzienlijk. Inmiddels zijn in de hooglanden van Cusco, Puno en Arequipa temperaturen gemeten van tussen de -15 en -20 graden. En het Peruaanse winterseizoen is pas net begonnen!

Nou is een nachtelijke temperatuur van -15 graden niet zo erg als je lekker onder je dekbed ligt in een kamer met centrale verwarming en dubbele beglazing. Maar deze mensen wonen in lemen huisjes, met slecht sluitende deuren en ramen en uiteraard geen verwarming. De plaatjes van jongens en meisjes in traditionele kleding zien er natuurlijk mooi uit, maar geven ook meteen weer dat de kinderen totaal niet gekleed zijn op de kou. Het dragen van sandalen, rokken en vestjes in plaats van schoenen, broeken en winterjassen is eerder regel dan uitzondering. Op de foto's van hun schattige gezichtjes is duidelijk te zien wat de kou met hen doet: korsten op de wangen en neuzen vol met snot.

Meisje gekleed in vestje, rok (gelukkig met maillot eronder) en sandalen

Korstjes op de wangen en snot in de neus door de kou

In Nederland ga je niet zo snel dood aan griep of longontsteking. Mensen die in ons land, of welk anders Westers land dan ook, sterven aan dit soort ziektes hebben vaak al onderliggende gezondheidsproblemen. En dat is precies wat er met deze kinderen ook aan de hand is. De mensen die in de hooglanden wonen behoren tot de armsten van Peru. Veel kinderen zijn chronisch ondervoed en hebben daardoor een zwak immuunsysteem. Een griepje is dan al snel fataal. Daar komt nog bij dat men geen geld heeft om naar een dokter te gaan. Besluiten om naar een dokter te gaan gebeurt meestal pas als de situatie echt ernstig is en dan is het vaak al te laat.

Nu is de kou, hoewel dit jaar wellicht iets ernstiger dan andere jaren, een seizoensverschijnsel, dus je zou denken en verwachten dat de Peruaanse regering erop voorbereid is en voorzorgsmaatregelen neemt. Dat zou je inderdaad denken, maar niets is minder waar. De afgelopen vier jaar is het sterftecijfer van kinderen door de kou alleen maar toegenomen. Voor de regio Puno waren dit jaar 12.000 vaccins voor longontsteking en 4.000 griepprikken voor kinderen beschikbaar gesteld, maar slechts 10% daarvan is gebruikt. Veel mensen hebben nog altijd nauwelijks toegang tot gezondheidsvoorzieningen, simpelweg omdat ze te afgelegen wonen. Bovendien zijn de gezondheidscentra in de hooglanden van Peru van zeer slechte kwaliteit. Vaak beschikken ze maar over enkele gezondheidswerkers en hebben ze een gebrek aan bijna alles. Veel van de centra kunnen een simpele longontsteking niet eens behandelen.

Ondertussen zijn in het land inzamelingsacties van geld en kleren opgestart. Hoewel het natuurlijk goede initiatieven zijn hebben de mensen in de hooglanden geen baat bij jaarlijkse noodhulp in de vorm van kleren en dekens. Waar de mensen echt behoefte aan hebben is een structurele verbetering van de gezondheidszorg en preventie maatregelen!

Dit verhaal is illustratief voor de structurele armoede en uitsluiting van de inheemse Andes bevolking en waar dat toe leidt. Of, zoals een Peruaanse blogger schrijft: "In the end, what kills the most in this country, are not diseases, it is indifference".

Voor meer informatie zie hier (in het Engels).

Ik wil er trouwens even bij zeggen dat het hier echt gaat over de hooglanden (gebieden van rond en boven de 4.000 m). In Cusco is het 's avonds ook koud, maar gelukkig vriest het nog niet. En in Urubamba, dat een stuk lager en in een vallei ligt, is het helemaal niet zo koud.

maandag 1 juni 2009

De Peruaanse Stichting Aap

Vorig weekend wilden Barry en ik eigenlijk iets leuks gaan doen voor mijn verjaardag, maar het kwam er niet echt van. Zaterdagavond wel gezellig iets gedronken met zijn zessen (tja, we kennen nog niet echt veel mensen) in een bar waar op dat moment toevallig een leuk bandje speelde, maar overdag kwamen we niet veel verder dan door de stad lopen en de twee Topitop winkels van Cusco bezoeken. Nou is de Topitop een soort H&M, dus voor mij eigenlijk wel een uitje, maar om nou het hele weekend in de Topitop rond te hangen is ook zoiets (alhoewel?).

We wisten alleen echt niet wat we konden gaan doen. In de omgeving van Cusco heb ik de belangrijkste bezienswaardigheden al gezien toen ik hier de vorige keer was en al het overige is te ver weg om in twee dagen te kunnen bezoeken. Gelukkig kwam Walter (Nederlandse kennis van ons) met het idee om een dierenopvangcentrum te bezoeken. De meesten van jullie weten wel dat ik erg van dieren hou dus dit voorstel kwam als geroepen.

Nieuwsgierige schildpad

Het bleek om een soort Peruaanse Stichting Aap te gaan. Het centrum zet zich in om verwaarloosde en mishandelde dieren in beslag te nemen en een beter leven te geven. Zo hebben ze twee poema's die in een disco in Lima gedrogeerd werden zodat bezoekers met ze op de foto konden. De verzorger vertelde dat de poema's ontwenningsverschijnselen hadden toen ze pas in het opvangcentrum waren. Ook hebben ze drie condors. Twee van de condors waren vergiftigd, de derde is in beslag genomen in de provincie Ayacucho waar condors vastgebonden worden op de rug van stieren om een aparte versie van het stierenvechten te houden (de stier stelt de Spanjaard voor, de condor de Inca).

Verwaarloosde Peruaanse naakthond
Dat hij geen haar heeft komt dus niet door verwaarlozing, zo zien ze er gewoon uit. Mooi van lelijkheid

Verder heeft het centrum twee hertjes, enkele ganzen, een schaap, schildpad, een groep papegaaien en een aantal spuuggrage lama's en alpaca's (wat Barry aan den lijve ondervond). Het centrum is niet groot en vrij primitief, maar wat een prachtig initiatief!

Iemand een idee hoe dit schattige beestje heet?
Let ook eens op zijn misvormde achterpootjes

woensdag 13 mei 2009

Ongemakkelijk aanvoelend gemak

Voor een van de stappen van mijn visumprocedure moet ik naar de bank. Nu moet je weten dat het hier in Peru bij banken altijd ontzettend druk is. Internetbankieren bestaat voor zover ik weet niet en ook van overschrijfkaarten en acceptgiro's hebben ze volgens mij ook nog nooit gehoord. Het gevolg is dat de gemiddelde Peruaan voor elk wissewasje naar de bank moet. Voor het betalen van de huur, de telefoonrekening, het abonnementsgeld voor een tijdschrift, noem maar op. Lange rijen die soms tot buiten reiken en om het gebouw heen cirkelen zijn dan ook geen bijzonderheid.

Goed, ik bereid me dus voor op uren in de rij staan. Ik ga nog snel even wat eten, want in de rij staan is niet leuk, maar met een lege maag is het nog veel erger. Mijn verassing is dan ook groot als ik bij de bank aankom en geen rij zie. Tot ik naar binnen ga……

Het is net als bij de Efteling. Je bent blij bij de droomvlucht geen rij te zien, totdat binnen blijkt dat een mensenmenigte als een slang om allemaal hekjes heen kronkelt. Bij de informatiebalie vraag ik waar ik moet zijn. De vrouw doet een beetje raar, kijkt samenzweerderig in het rond en begint dan in moeilijk Engels iets uit te leggen. Ik begrijp niet wat ze bedoelt en zeg dus dat ze gewoon in het Spaans kan praten. "I cannot do that because then the others will hear me", is het antwoord dat ze geeft. Ik snap er niks van totdat blijkt wat ze me duidelijk wil maken. Om de menigte te omzeilen moet ik naar loket 16.

Loket 16, het spoedloket, bedoelt voor zwangere vrouwen, oude mensen en gehandicapten, blijkt dus ook voor buitenlanders te zijn…….

vrijdag 8 mei 2009

¿Valle Sangrado o Valle Sagrado?

Mijn organisatie brengt om de zoveel maanden een tijdschrift uit. Dit keer was het thema toerisme. Bernardo Fulcrand, de toenmalige directeur van CENFOPAR, heeft de inleiding van het tijdschrift geschreven. Zoals ik eerder al schreef is Bernardo niet zo'n voorstander van toerisme en dat blijkt wel uit zijn artikel. Maar ergens heeft hij wel gelijk. Er spelen inderdaad verschillende issues als gevolg van de enorme boom van toerisme in de Heilige Vallei. Hieronder heb ik met zijn toestemming een iets wat vrije vertaling van zijn artikel geplaatst, dus lees zelf maar!

"Wel investering, maar geen invasie!" is de titel van dit nummer van de 'Perspectiva Empresarial'. In de ondertitel staat de vraag 'Valle Sangrado?' (= Bloedende Vallei), in de betekenis van het verliezen van bloed, dus van het leven. Maar de ondertitel vervolgt met de duidelijke bewering, als herstel en protest, 'Valle Sagrado!' (= Heilige Vallei, de echte naam van de vallei).

De Heilige Vallei, bevoorrechte zone van onze regio en van Peru, heilige grond van de Inca's, en bemind door allen die er tegenwoordig wonen, wordt veranderd en misvormd. De legendarische Willkamayu (= belangrijke lokale rivier), oorsprong en oorzaak van het leven, is vandaag de dag het riool van het gebied, dood en vuil water drainerend naar de grote Amazone rivier. De vruchtbare terrassen waar men ooit de hoge kwaliteit maïs van Urubamba verbouwde worden vandaag de dag binnengedrongen door restaurants en hotels. De geweldige vestingen van Ollantaytambo en Pisaq met hun indrukwekkende Inca terrassen zijn tegenwoordig niet meer dan dode stenen die onbewoond en onbebouwd zijn gebleven zodat de toeristen ze bezoeken. Hoge muren rijzen overal op om daarachter iets van het paradijs dat de Vallei vroeger was te beschermen en waar men probeert het kunstmatig paradijselijk leven te recreëren dat de toeristen zoeken; een leven dat de mensen van de plek zelf tegenwoordig verloren hebben en ontzegd wordt. "S.O.S., ze zijn ons aan het vertrappen" roept een inwoner geboren in Yanahuara. "Oneerbiedigheid voor de identiteit van de Heilige Vallei van de Inca's" beklaagt zich een afstammeling van een van de oudste families van de Vallei.

De Heilige Vallei maakt inderdaad een nieuwe dynamiek mee en wordt er door veranderd. Door Wayraqpunku (= archeologische plek vlakbij Machu Picchu met een naam die letterlijk vertaald 'poort van de wind' betekent) waait tegenwoordig de wind van de zakkenrollers, het bewijs van de economische welvaart en de kracht van de toeristische bedrijvigheid, als gevolg van de attractie Machu Picchu, recentelijk benoemd tot wereldwonder. Hier ziet met dan ook hoe die overheersing van alles en iedereen (= het toerisme) (…) alles met de grond gelijk maakt.

Er is een verborgen conflict, in de zin van het openstellen van het platteland voor de toeristische bedrijvigheid, dat zelfs de directeur van DIRCETUR (= regionale overheidsafdeling voor o.a. toerisme) erkent wanneer hij spreekt over de ongelijkheid in het genereren van rijkdom, dat onvrede en bezorgdheid veroorzaakt onder de bevolking. (…) En wat zijn onze autoriteiten aan het doen? Een belangrijke en onontkoombare vraag. De wanorde en verwarring die tegenwoordig heersen in de Heilige Vallei moeten gecontroleerd worden. Men moet het toerisme beheren en het integreren in het leven van de regio. Gaat het niet zo, dan zal het toerisme een heksenketel blijven en de Vallei, god behoedde het, naar de wanorde leiden.

maandag 4 mei 2009

Een eigen huis, een plek onder de zon…

Eindelijk hebben we dan een huisje gevonden! Niet in Urubamba, maar in Cusco. We waren heel de tijd op zoek naar een huis in Urubamba; daar zullen we, of in ieder geval ik, namelijk de meeste tijd zijn. Maar toen bedachten we dat we eigenlijk ook wel een huisje in Cusco konden zoeken, daar zijn we tenslotte toch bijna elk weekend en vaak ook doordeweeks. Elke week drie nachten in een hotel doorbrengen, met spullen slepen en altijd in restaurants moeten eten is ook niet alles. Een eigen huisje is veel goedkoper en comfortabeler. Nu kunnen we tenminste onze spullen ergens achter laten en eventueel ook zelf koken.

Ons huisje is klein, maar echt prachtig! Het appartement zit vol met authentieke details en is mooi gemeubileerd. We hebben een grote woonkeuken en een ruimte die als woon- en slaapkamer dienst doet. En op de bovenverdieping ligt de badkamer. Met enkele anderen delen we een mooie, zonnige patio. De overige bewoners zijn allemaal erg rustig en netjes en de huisbaas zelf woont er ook, dus die houdt mooi een oogje in het zeil. Het appartement ligt in een super mooie wijk van Cusco. Soms een beetje te toeristisch, maar wel lekker dicht bij alle restaurants, bars en winkeltjes. Het enige nadeel is dat het appartement best gehorig is, maar daar ontkom je in Cusco denk ik niet aan. We moeten gewoon even wennen aan het geluid van de voorbijrijdende auto's (en van de losliggende drempel, arggg!) en anders hebben we altijd nog oordopjes.

Dit weekend hebben we veel tijd doorgebracht in ons nieuwe huisje. We hebben meteen maar een dvd speler gekocht en een stapel dvd's. Het voelt echt goed om een eigen plekje te hebben. Het zorgt echt voor iets meer rust.

Nu dus nog op zoek naar een "buitenhuisje" in Urubamba.

woensdag 29 april 2009

Het leven van een junior van de zonnige kant bekeken

Dat het leven van een junior in Latijns Amerika niet altijd makkelijk is daar ben ik inmiddels wel achter gekomen. Vlak voordat ik naar Honduras ging werd het me allemaal even teveel. Het feit dat ik nog steeds geen huis gevonden heb, nog nauwelijks iemand ken, Barry bijna voortdurend in Cusco zit, er niet echt haast lijkt te worden gemaakt met de procedures voor mijn contract en visum, en bovenal dat men binnen mijn organisatie door de enorme drukte weinig tijd voor me heeft en het voor mij daarom nog steeds redelijk onduidelijk is wat men van mij verwacht en hoe ik de organisatie tot hulp kan zijn……. het zat me even allemaal tot hier! De uitnodiging van ICCO om deel te nemen aan een bijeenkomst van junioren op een tropisch eiland in Honduras kwam dan ook als geroepen.

Het detail dat de bijeenkomst op een tropisch eiland zou worden gehouden was mij ook niet ontgaan en dus besloot ik samen met 3 anderen al wat eerder af te reizen naar ons hotel, met de tot de verbeelding sprekende naam "Fantasy Island". And fantasy it was! Samen met Dirkje, Ester en Marleen genoot ik bijna drie dagen lang van de zon, de zee, het strand en het lekkere eten. Het was heerlijk om even helemaal niks te hoeven na die hectische en verwarrende eerste weken! We vulden de dagen met zonnen, slapen, lezen, kletsen, zwemmen snorkelen en schelpjes zoeken. En met eten en drinken natuurlijk, want tja all-inclusive, dus gratis.

Het was dan ook even omschakelen toen op maandagmiddag Johanna en Marieke, de facilitator van de meeting, arriveerden en we echt moesten beginnen. Gelukkig begonnen we vrij informeel met een kennismakingsspel op het strand. Johanna kende ik al van de voorbereidingscursussen en Dirkje, Ester en Marleen had ik tijdens het drie dagen relaxen al iets beter leren kennen, maar toch is het altijd leuk zo'n spel te doen. En voor ik het wist zat ik helemaal in de meeting!

In de daaropvolgende drie dagen werd het echt duidelijk dat het om een werkreisje ging. Want wat hebben we gewerkt! Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat hebben we vergaderd. Gelukkig gaat dat hier heel anders dan in Nederland. Veel interactiever en creatiever zoals op de foto hieronder wel te zien is. Zware dagen, maar wel super belangrijk, interessant en gezellig!

Een van de doelen van de meeting was het uitwisselen van ervaringen. Ondanks dat we allemaal in andere landen wonen en we werken aan verschillende thema's hebben we toch vaak te maken met dezelfde frustraties en moeilijkheden. Hoe ga je om met hoge verwachtingen? Wat als er binnen je organisatie nauwelijks met elkaar wordt gecommuniceerd? Hoe ga je om met veiligheidsissues? Hoe geef je je grenzen aan? Wat als men aan je vraagt of je geld wilt lenen? Hoe win je het vertrouwen van je collega's? Welke factoren kunnen je uitzending in positieve en welke in negatieve zin beïnvloeden?

Voor mij als 'beginner' was het ontzettend interessant. Ook wel confronterend zo nu en dan. Bij het horen van de verhalen van de meer ervaren junioren dacht ik regelmatig "staat mij dat ook nog te wachten?" en ook kwam ik soms tot het inzicht dat ik bepaalde dingen misschien beter anders had kunnen aanpakken. Maar goed, dat was precies de bedoeling van de meeting: leren van de ervaringen van anderen. Dus wat mij betreft heeft de meeting zijn doel zeker bereikt!

Na drie dagen vergaderen en nog heel even genieten van het strand was het tijd voor de terugreis. In mijn geval een hele lange terugreis. Na een taxirit, een boottocht, een busreis, een overnachting en een zeer vroege vlucht kwam ik aan in Panama. Omdat ik daar bijna 8 uur moest wachten besloot ik het vliegveld af te gaan en Panama city te verkennen. De taxichauffeur die me naar het centrum zou brengen stelde voor een tour te doen en dat vond ik eigenlijk wel een goed idee. In ongeveer 5 uur tijd liet ik me naar de ruïnes van oud Panama brengen, naar Casco Antiguo (koloniaal Panama) en natuurlijk naar het wereldberoemde Panama kanaal! Een onverwachte, maar super leuke dag. 's Avonds weer doorgevlogen naar Lima, vervolgens daar overnacht om de volgende ochtend terug naar mijn geliefde Cusco te vliegen.

Een lange reis dus, maar zeker de moeite waard. Het heeft me een hoop nieuwe energie en nieuwe inzichten opgeleverd. En natuurlijk nieuwe vriendschappen!

Tijdens de meeting heeft ieder van ons een blogbericht geschreven. Voor de geïnteresseerden zijn alle vijf de weblogs hier te lezen.

woensdag 8 april 2009

Fujimori veroordeeld

Onderstaand bericht is geschreven door Suzanne Kruyt. Net als mij is zij uitgezonden naar Peru. Ze werkt voor een organisatie in Cusco die opkomt voor de campesinos: de arme inheemse bevolking van de Andes, quechua sprekend en van oorsprong afkomstig van het platteland (hoewel velen nu ook in de stad wonen). Thema's als democratisering, discriminatie en de politieke situatie in Peru spelen een grote rol in haar werk, vandaar deze bijdrage van haar.

Een historisch en voor Peru ongewoon smetteloos proces heeft zijn hoogtepunt bereikt. Oud president van Peru, Alberto Fujimori is veroordeeld voor zijn aandeel in de misdaden die de paramilitaire groep Colina begin jaren '90 aanrichtte. Hoewel dit slechts het topje van de ijsberg is van de vele misdaden waar Fujimori verantwoordelijk voor is, bleek het genoeg voor een veroordeling tot 25 jaar. Echter, met deze uitspraak is de strijd om gerechtigheid nog niet helemaal afgesloten.

Het proces

Het proces tegen Fujimori begon op 10 december 2007 en heeft 160 zittingen nodig gehad om tot een oordeel te komen. 84 getuigen zijn opgeroepen om hun versie van de gebeurtenissen te laten horen.

De grote vraag van de zaak was welke verantwoordelijkheid Fujimori heeft gehad in de misdaden gepleegd door de paramilitaire groep Colina. Deze groep richtte onder andere twee bloedbaden aan in Lima (bekend onder de naam La Cantuta en Barrios Altos), waarbij verschillende onschuldige burgers, waaronder kinderen, vermoord werden. De directe daders van deze misdaden waren al eerder veroordeeld door de rechter, de vraag is nu welke rol Fujimori hierin had. Tijdens zijn regering ging de ex-president er altijd prat op dat hij alle touwtjes in handen had in de strijd tegen het terrorisme en er niets aan hem voorbij ging. In een poging om alle macht naar zich toe te trekken, pleegde hij in 1992 een autocoup, en hief het congres op. Verschillende getuigenverklaringen bevestigen dit beeld van een president die alles onder controle had. Zo verklaarden verschillende leden van de groep Colina dat zij altijd voor hun operaties te horen kregen dat ze 'groen licht hadden van de Chino', waarmee gedoeld werd op Fujimori. Ook andere oudleden van de inlichtingendienst verklaarden in de rechtbank dat Fujimori wel degelijk afwist van het bestaan van Grupo Colina en hun acties goedkeurde. Samen met zijn beruchte (en al eerder berechtte) adviseur Vladimiro Montesinos had de president de absolute macht over alle beslissingen die genomen werden met betrekking tot binnenlandse veiligheid.

Het was dan ook weinig geloofwaardig dat zijn advocaat Nagazaki tijdens het proces Fujimori probeerde af te schilderen als een onschuldige, naieve president die niet wist wat zijn medewerkers uitvoerden.

De uitspraak
En nu is deze ex-president Alberto Fujimori tot 25 jaar gevangenisstraf en een aantal flinke schadevergoedingen veroordeeld voor: moord met voorbedachte rade op de 25 slachtoffers van la Cantuta en Barrios Altos en zware mishandeling van de 4 overlevenden. De rechtbank heeft deze misdaden gekwalificeerd als misdaden tegen de mensheid. Daarbij is hij veroordeeld voor de ontvoering en mishandeling van de journalist Gustavo Gorriti en de ondernemer Samuel Dyer.

Een van de woordvoerders van de nabestaanden, Gisela Ortiz, heeft aangegeven tevreden te zijn met deze uitspraak. Na een 17 jaar lange strijd, waarvan de eerste jaren het moeilijkste waren omdat Fujimori toen nog aan de macht was, hebben deze moeders, vaders, echtgenoten en kinderen, nu de gerechtigheid die ze zochten. Voor hen is het een belangrijke overwinning dat in de uitspraak expliciet erkend wordt dat hun familieleden geen enkele relatie hadden met de terroristische guerilla beweging Lichtend Pad, zoals destijds beweerd werd door de regering. Hun onschuld is nu voorgoed bewezen.

Ook het nationale mensenrechtenplatform Coordinadora Nacional de Derechos Humanos, waarvan onder andere de advocaten die de slachtoffers vertegenwoordigden in het proces deel uitmaken, heeft aangegeven dit een rechtvaardige uitspraak te vinden.

Politieke belangen

Maar met deze uitspraak is er nog geen eind gekomen aan de lange strijd voor gerechtigheid van de nabestaanden van Cantuta en Barrios Altos. Ten eerste zal de verdediging van Fujimori zeker in hoger beroep gaan. De vraag is of het Hoger Gerechtshof dezelfde transparante en onpartijdige houding zal aannemen als de rechters die nu de uitspraak hebben gedaan. De huidige president Alan García en zijn partij de APRA hebben tegenstrijdige belangen. Ook Alan García was president tijdens de strijd tegen het terrorisme van Lichtend Pad (1980-2000) en ook tijdens zijn bewind opereerde er een paramilitair doodseskader, genaamd Rodrigo Franco. Ook onder zijn bewind zijn onschuldige doden gevallen en mensenrechten geschonden. Deze uitspraak richting Fujimori geeft reden te geloven dat dus ook Alan García aangeklaagd kan worden wanneer zijn huidige termijn afloopt.

Kwade tongen spreken daarom van een alliantie tussen de APRA en de politieke partij van de fujimoristas, die nu wordt geleid door Keiko Fujimori, de dochter van de veroordeelde. De nationale verkiezingen zijn pas in 2011 maar er wordt nu al campagne gevoerd, en daarin doet Keiko het niet slecht in de peilingen. Uiteraard zou een electorale overwinning van de fujimoristas de vrijlating van hun leider betekenen, en bovendien een stap van minstens tien jaar terug in de tijd, wat betreft de mensenrechten en de democratie in Peru. De APRA, die zelf geen overtuigende kandidaat heeft voor de verkiezingen zou bereid zijn om een electorale deal te sluiten met de fujimoristas, op voorwaarde dat zij geen toekomstige rechtzaken hoeven te vrezen, ook niet voor de corruptie die hun huidige termijn kenmerkt. Fujimori mocht in de laatste twee zittingen zijn eigen verdediging voeren en het viel op dat hij daarin helemaal niet in ging op de misdaden waarvan hij beschuldigd werd, maar een politiek betoog hield waarin hij de bevolking eraan herinnerde hoe goed zijn regering was geweest voor Peru.

Een andere reden die deze uitspraak in gevaar brengt is de gezondheid van Fujimori. Op verschillende, vaak strategische, momenten heeft de ex-president het proces tijdelijk stil gelegd wegens gezondheidsproblemen. Mogelijk heeft hij een fatale tumor in zijn keel, die zijn straf zou kunnen verkorten om humanitaire redenen.

Redenen genoeg dus om het vervolg van deze uitspraak en de activiteiten van dochter Keiko Fujimori goed in de gaten te houden. Nadat negen jaar geleden formeel de democratie terugkeerde in Peru, is er nog altijd sprake van een zwaar ongelijke samenleving, een corrupt rechtssysteem en een regering die weinig boodschap heeft aan mensenrechten. Dus zoals Ronald Gamarra, directeur van de Coordinadora Nacional de Derechos Humanos, aangaf: voor een feestje is het nog te vroeg in Peru.

zondag 29 maart 2009

Tijd is een relatief begrip

In Peru in ieder geval...

Het staat al minimaal twee weken op de kalender: woensdag 25 maart om 18.00 uur vergadering in Patacancha. "Nee", zegt mijn collega Ruth, "zes uur is veel te laat, de vergadering is om vijf uur". Patacancha is ruim een uur rijden, dus ik reken uit dat we rond vier uur zullen vertrekken. Om vier uur lijkt echter niemand aanstalten te maken om te gaan. Om kwart over vier wordt me ineens verteld dat we moeten gaan, en wel nú, "haast je Anouk!". Dat doe ik dus maar. Ik breng snel mijn laptop naar mijn kamer en haal mijn jas. Binnen een paar minuten ben ik terug op kantoor…om vervolgens nog een half uur te moeten wachten. Om kwart voor vijf vertrekken we, maar niet voordat we nog even hebben getankt en ons avondeten (bestaande uit koekjes en chocola) hebben gekocht. In een rotvaart rijden we naar Patacancha. Ineens is het van "oei, oei wat zijn we toch laat" en "wat vervelend toch". Ik glimlach en grinnik in mezelf.

Zodra we de geasfalteerde weg verlaten en de bergweg naar Patacancha inslaan vergaat het lachen me trouwens snel. Ik denk dat ik nu weet hoe het voelt om aan rally wedstrijden mee te doen. Ik moet me goed vasthouden en ik krijg zelfs spierpijn in mijn nek doordat mijn hoofd alle kanten op gaat (G-krachten?). Ik grap dat we beter te laat aan kunnen komen dan helemaal niet, maar niemand reageert. Ik geloof dat ze de serieuze ondertoon ook niet horen.

Om kwart voor zes komen we aan in Patacancha…. waar niemand te bekennen is. Men blijkt niet van de vergadering af te weten. We leggen uit dat we niet voor niks zijn gekomen, dat het tijd en geld kost, dus dat ze maar moeten zorgen dat alle groepsleden zich verzamelen voor de vergadering. We spreken af dat wij twee huizen van groepsleden zullen bezoeken en dat Santos de rest optrommelt. Het eerste huis dat we bezoeken is van Juan, de leider van de groep. Tot mijn verbazing blijven we vervolgens ruim een half uur in dit huis hangen omdat Juan zijn ei kwijt moet. Hij heeft familieproblemen, problemen met de groep, problemen met zijn schapen en wellicht nog wat andere problemen die ik heb gemist omdat hij in het Quechua praat. Na een tijd besluiten we naar het tweede huis te gaan, maar daar krijgen we te horen dat de heer des huizes al op ons zit te wachten in het huis van Santos. Inderdaad blijkt iedereen daar al op ons te zitten wachten. Zijn we dus weer te laat.

De vergadering begint uiteindelijk om kwart voor zeven. Een vergadering die volgens mijn collega ongeveer een uur zou duren… Om negen uur zijn we klaar. Onze chauffeur is inmiddels zo'n beetje bevroren in de auto. De ramen zijn beslagen en de auto is niet uitgerust met blazers. Straatverlichting bestaat hier niet en dus zien we geen hand voor ogen. Wat eigenlijk een voordeel is, want nu rijden we tenminste niet zo hard. Om tien uur 's avonds zijn we eindelijk thuis. Pfff vermoeiend hoor, het Peruaanse begrip van tijd en punctualiteit.

maandag 23 maart 2009

Evalueren om er van te leren

......en voor je het weet is er een maand voorbij en heb je geen tijd gehad om een blogbericht te schrijven. De tijd vliegt als je druk bezig bent. En druk bezig ben ik inderdaad geweest. Het was een maand van veel evalueren en vooral veel leren......

Het begon op zaterdag 28 februari, de dag waarop de consultant aankwam die de daaropvolgende tien dagen CENFOPAR en haar huidige project zou evalueren. Voor mij natuurlijk een prachtige gelegenheid om ook wat meer te weten te komen over mijn organisatie, haar werkwijze, het project en de doelgroep. Ik besloot met zoveel mogelijk relevante evaluatie activiteiten mee te doen met als gevolg dat mijn dagen gevuld waren met het bijwonen van focus groepen, interviews en veldbezoeken. Tijdens de teamvergadering die het begin inluidde van het evaluatiebezoek kwam ik meteen wat verassende feitjes te weten over mijn organisatie. Zoals het feit dat ik helemaal niet het enige nieuwe personeelslid ben. Van de vijf collega's op mijn afdeling zijn er drie pas in het afgelopen kwartaal begonnen. Dat geeft te denken. En wat te denken van de discussie die in gang gezet werd toen pater Bernardo, de directeur van CENFOPAR, te kennen gaf dat hij eigenlijk helemaal niet zo'n voorstander van toerisme is. Hmmm, een directeur die niet helemaal achter het pad staat dat zijn organisatie is ingeslagen, een pad dat ik geacht word te versterken...

De volgende dag zat ik bij een focus groep van boeren die gesteund worden door CENFOPAR. De vergadering deed me goed. De doorgaans verlegen boeren, allen in hun beste kleren, vertelden met zoveel enthousiasme, kracht en dankbaarheid over de hulp die ze van CENFOPAR ontvangen dat ik een glimlach niet kon onderdrukken.'s Middags was er een bijeenkomst met enkele achtergestelde jongeren die bij CENFOPAR een cursus hadden gevolgd tot kamermeisje, ober of kok. Ook deze jongeren hadden overduidelijk hun beste kleren aangetrokken en spraken met veel beleefdheid en dankbaarheid over CENFOPAR. Mooi.

De daaropvolgende dagen was ik in Cuzco om enkele organisaties te bezoeken, waaronder de regionale afdeling van het Ministerie van Toerisme, het hoofdkantoor van Arariwa (waar CENFOPAR een onderdeel van is) en de microfinancieringsafdeling van Arariwa. Tijdens deze bezoekjes leerde ik nog een belangrijke les. Namelijk dat mijn Spaans nog niet goed genoeg is om vergaderingen en presentaties over onbekende, complexe onderwerpen te kunnen volgen. Met andere woorden: ik begreep niet zo heel veel van de gesprekken bij deze organisaties.

Na deze drukke evaluatieweek keek ik erg uit naar mijn vrije zaterdag. Helaas was het lot me niet zo gunstig gezind en was ik zaterdag doodziek, compleet met koorts en ernstige buikklachten. Gelukkig was ik de dag erna voldoende opgeknapt om mee te kunnen met het veldbezoek dat onderdeel uitmaakte van de evaluatie. We begonnen het bezoek in Patacancha, een dorp dat op een dik uur rijden van Urubamba ligt. Het dorp ligt in een prachtige, maar harde omgeving. De weg naar Ollantaytambo, het dichtstbijzijnde dorp van enig formaat, is onverhard en er is weinig verkeer om mensen van en naar het dal te brengen, het is er koud en het waait er vrijwel altijd. Ik vind het onbegrijpelijk dat de mensen hier op sandalen lopen. Met name de kinderen lijken permanent verkouden. Al die snotneusjes. Mobiele telefoons hebben er geen bereik, maar gelukkig heeft het dorp één telefoon, een sateliettelefoon. Een werkelijk briljante uitvinding, die erg gunstig is voor de families die zich met toerisme bezig houden, want nu kan er tenminste toch met ze gecommuniceerd worden. In het dorp bezochten we in totaal 4 families die een kamer van hun huis hebben ingericht om toeristen te ontvangen. Het zag er allemaal prima uit en ik was verbaasd dat er zelfs een gewone wc was die nog doorspoelde ook. Hoe ze dit hebben kunnen aanleggen is me een raadsel. Na Patacancha begaven we ons naar Piscacucho, een dorp dat het beginpunt is van de beroemde vierdaagse wandeling naar Machu Picchu. Duizenden toeristen per jaar passeren Piscacucho op weg naar het wereldwonder, maar Piscacucho merkt er in economisch opzicht weinig van. Een aantal families proberen een graantje mee te pikken van het toerisme door campings en eetgelegenheden op te zetten, overigens met wisselend succes. Na de lunch gingen we naar Chinchero. Hier bezochten we een groep wevers, die demonstraties geven aan toeristen en hun prachtige handgemaakte producten voor een eerlijke prijs proberen te verkopen. Het was fascinerend om te zien hoe de producten gemaakt worden. Maar toen we na het bezoek besloten de kerk van Chinchero nog even te bezoeken viel mijn mond open van verbazing bij de grote hoeveelheid souvenirswinkeltjes die we passeerden en de nog grotere hoeveelheid souvenirsverkopers die zich verzameld hadden op het plein voor de kerk. Het idee dat onze groep, 'weggestopt' in een huis buiten het toeristische centrum moet concurreren met de honderden, toegankelijke souvenirsverkopers met hun goedkopere, veelal machinaal gemaakte textiel-artikelen, stemde me niet echt rooskleurig.

Op maandag was het evaluatiebezoek afgelopen. Ik besloot eens tijd te nemen voor mijn eigen evaluatie. Ik had de afgelopen weken zoveel indrukken opgedaan en zo weinig tijd gehad om dat allemaal te overdenken dat ik het eens tijd vond voor een moment van reflectie. Er is me veel opgevallen en ik heb al veel geleerd in de weken dat ik hier nu ben.

Bijvoorbeeld dat werken in Peru soms meer lijkt op relatiebeheer. Relaties goed houden is in Peru ontzettend belangrijk, ook als dit betekent dat je niet aan je 'echte' werk toekomt omdat je mensen te woord moet staan die onafgesproken en onafgebroken het kantoor binnenkomen of omdat je naar vergaderingen moet simpelweg om je gezicht te laten zien. Voor mij als efficiënte Nederlander is dit soms moeilijk te begrijpen. Het lijkt af en toe ook de omgekeerde wereld: in zekere zin zijn de boeren de klanten van CENFOPAR en dus je zou zeggen dat zij alles zouden moeten doen om CENFOPAR tevreden te houden in plaats van andersom.

Dat dit laatste niet altijd het geval is blijkt wel uit het feit dat de opkomst van bepaalde groepen bij vergaderingen die door CENFOPAR belegd zijn erg laag is. Ik heb aan verschillende mensen gevraagd wat volgens hen hiervan de oorzaak is en de antwoorden stemmen me niet echt gerust. "Omdat men denkt dat toch niemand zal komen, dus dan blijven ze maar thuis" aldus een stagiaire bij CENFOPAR. Een mooie gedachte, als iedereen dit denkt komt het nog uit ook. "Omdat men lui is, niet wil werken en denkt dat anderen hun problemen wel zullen oplossen" aldus een van de boeren. Een reëel gevaar van bepaalde vormen van ontwikkelingshulp: het maakt mensen afhankelijk en in zekere zin lui. "Omdat men geen interesse meer heeft in het toerisme-netwerk" aldus een van de aanwezigen bij de maandelijkse netwerk vergadering. Nog zo'n antwoord wat je eigenlijk niet hoopt te horen.

Ondertussen lijken de medewerkers van CENFOPAR zich wél voor de volle 100% in te zetten. Werktijden zijn er niet echt. Officieel wordt er van half 9 tot 1 en van 3 tot half 7 gewerkt, maar het is eerder regel dan uitzondering dat de lunch later begint, men na de lunch meteen weer verder werkt, om half 7 nog niemand klaar is en er ook in het weekend gewerkt wordt. Voor mij is dit even wennen en ook nog even aftasten in hoeverre ik hierin moet meegaan. Dat men zo hard werkt is trouwens ook niet verwonderlijk gezien het feit dat ze maar met zo weinigen zijn. Mijn collega Ruth is eigenlijk de enige die zich op dit moment full time met toerisme bezig houdt, wat wil zeggen dat zij vrijwel in haar eentje verantwoordelijk is voor de 13 dorpen die CENFOPAR steunt op het gebied van toerisme (en daarnaast voor nog enkele groepen die zich bezighouden met het maken en verkopen van souvenirs). Een naar mijn mening vrijwel onmogelijke taak, vooral gezien het feit dat de medewerkers van mijn afdeling ook nog enkele nevenactiviteiten hebben zoals het lesgeven op de technische school die onder een andere afdeling van CENFOPAR valt. Problemen in de planning worden soms echter heel ingenieus opgelost. Ik wil jullie één gebeurtenis niet onthouden. Ongeveer twee weken geleden kwamen we er 's ochtends achter dat Ruth 's middags naar een vergadering in Cusco moest, terwijl ze die middag eigenlijk moest lesgeven. Dit werd opgelost door haar man (die niet bij CENFOPAR werkt) de les te laten overnemen en een stagiaire van CENFOPAR in te schakelen als oppas voor haar zoon. Tja, over flexibiliteit en creativiteit gesproken...

In dit soort drukke tijden is een extra medewerker natuurlijk wel handig en ik merk dan ook dat ik meteen gevraagd word om met allerlei klusjes te helpen. Volledig begrijpelijk natuurlijk, maar ook best lastig, want ik ben uiteraard niet alleen maar gekomen om hen uit de brand te helpen in drukke tijden. Maar ja, je bent nieuw en je wilt een goede eerste indruk maken, dus de verleiding is nogal groot om mee te gaan in wat zij zeggen en doen. Omgaan met verschillende verwachtingen en duidelijk je professionele en persoonlijke grenzen stellen is waar het in dit beginstadium dus allemaal om draait. En dat is niet altijd makkelijk. Want hoe reageer je als iemand je indirect vraagt of je toevallig contact hebt met donoren in Nederland die projecten willen financieren van de NGO die hij aan het opzetten is? En wat doe je als de boeren, nadat ze horen dat je een specialist in toerisme bent, als volgt reageren: "zeg ons wat toeristen nou eigenlijk willen"?

Het is dus echt wel even wennen voor me. Het feit dat we nog geen huis hebben gevonden en dat ik Barry erg weinig zie omdat hij enkele weken in Cusco zit voor een talencursus maakt het er soms niet makkelijker op. Maar goed, ik blijf het werk reuze interessant vinden en ik zie genoeg mogelijkheden om de toeristische initiatieven te ondersteunen. Er valt de komende de tijd dus nog genoeg te doen en te leren.

Tenslotte is er nog een ander ding dat ik de afgelopen maand geleerd heb ...... niet meer zo lang wachten met het schrijven van een blogbericht.